Daar lig ik dan. Helemaal alleen in een vrijwel lege slaapkamer. Het is moeilijk te beseffen dat ik hier na vannacht wellicht nooit meer slaap.  Lees verder

De een stort zich hysterisch ter aarde. De ander verandert in een oase van innerlijke rust. Rouw en verdriet hebben een rare uitwerking op de mens. Onvoorspelbaarder dan bepaalde drugs. Mijn familie had na het overlijden van mijn oma ogenschijnlijk last van emotionele uitdroging. Lees verder

Niet laten vallen. Absoluut niet laten vallen. Als je loslaat, ligt ze op straat. Dood. In de brandende zon. Dat is het enige waar ik aan kan denken terwijl mijn matig getrainde armspieren het voorste deel van de kist omhoog houden. Lees verder

Huilen. Dat wilde ik. Tranen met tuiten. De waterlanders stromend over mijn wangen van verdriet. Een bijna theatrale blik die bij mijn emotie hoorde. In tegenstelling tot het verdriet die ik behoorde te voelen – althans dat vond ik – was ik kalm. Het was stil in mij. Doodstil. Lees verder

De deur is gesloten. En dat is niet zonder reden. Het is onvoorstelbaar hoeveel indruk die vluchtige seconden aan deze kant van de deur maken. Er schiet van alles door mijn hoofd, maar een ding laat me maar niet los. Wat zal ik hier aantreffen?

Lees verder

Ze wachtte geduldig,
Zonder besef van de tijd
Waar is haar dochter,
Haar kleine meid?

Vrij laat om te waken Lees verder

Kun je even beneden komen? Een doodsimpele vraag, maar het vertelde mij meer dan ik eigenlijk wilde weten. Het kon maar een ding betekenen. Het was zo ver. De vraag was echter: hoe erg is het? Met een brok in mijn keel kwam ik de keuken binnen. Lees verder

Het was al een puinzooi toen we binnenkwamen. De groene vloerbedekking in de hal was verstop tussen tassen en dozen. De strijkplank en het keukentrapje stonden tegen de meterkast gedrapeerd. Mijn moeder en ik kwamen het huis binnenvallen alsof we net terugkwamen van een wereldreis. Lees verder