You’re Next: kotsen en flauwvallen

Geschreven door Chris op 23 augustus 2013


Ongelooflijk dat ik het overleefd heb. Het was een zware dobber, maar na vier gangen waren we eindelijk uitgegeten. Mijn zwager staarde naar buiten. Wat was er te zien? Er lag glas op de grond. Hoe kan dat? Ik keek op en zag hem in elkaar zakken. Een bloederige pijl stak uit zijn oog. Iedereen gilde.

De deur van de nooduitgang stond open en de koude avondlucht stroomde naar binnen. Vanaf de zijlijn keek ik naar het gapende gat. Het duurde even voor ik mij realiseerde wat er gebeurd was. Alsof de maag van een toeschouwer werd uitgewrongen, werden de voedselresten en het maagzuur via de slokdarm naar buiten gepest. Een bruine klonterige brij spreidde zich uit over de straat. Ik kokhalste.

Gevangen door angst wilden we de ontsnapping inzetten. Als we dit huis niet verlieten, zou de dood ons gauw vinden. Heel gauw. Mijn schoonzusje – de atleet – wilde het op het rennen zetten en hulp halen. Ze was onze enige kans op redding. We telden tot drie en opende de voordeur. Met een aanloop sprintte ze naar buiten. Ze struikelde naar voren en haar lichaam viel op de stoep. Haar hoofd rolde naar binnen en liet een spoor van bloed achter. Ze keek me aan.

Ik voelde een ruk aan mijn arm en ik schrok op. ‘Er is iemand out gegaan’. Onhandig klom ik door de mensenmassa en keek de diepte in. Op de grond lag een jonge knul alsof hij zojuist uit een wolkenkrabber was gevallen. Zijn benen gedraaid en zijn hoofd bewusteloos. Wat was er in vredesnaam aan de hand?

Angst, het enige dat ik in de ogen van mijn familie zag was angst. Mijn hart klopte in mijn keel en ik voelde het zweet over mijn rug lopen. Ik draaide mij om keek recht in de ogen van een bezeten schaap. Een hakbijl werd op mij afgevuurd – ik dook weg – de tafel brak. Opnieuw werd de aanval ingezet. Ik lag op de grond en kon geen kant op.

Het voelde niet veilig en we waren nog maar met de helft over. Het was donker binnen, maar in het licht van de maan zag ik mensen in paniek naar buiten zwalken. Een jongen leunde op de schouder van zijn vriendin en gebaarde dat hij het niet meer trok. Een ander kokhalsde. Verbaasd keek ik toe hoe het aantal toeschouwers afnam. Ik kon het niet vatten.

Opnieuw ontweek ik de hakbijl en tackelde mijn aanvaller. Mijn ademhaling ging tekeer. Tranen van verdriet maakten plaats voor ongecontroleerde woede. Dit kon niet waar zijn. In een flits greep ik de hakbijl en raakte hem vol in mijn schedel. Een manische grootheidswaanzin nam bezit van mij en ik bleef hakken. Ik lachte van binnen en genoot. Ik was gek geworden.

Nog nooit heb ik zoveel mensen horen gillen, nog nooit heb ik zoveel mensen onwel zien worden. Het was chaos. Hier was meer aan de hand dan het beleven van pure angst. Er was drugs in het spel. Dat kon niet anders. Het was de omgekeerde wereld. Ik kwam er niet uit of ik stond te trippen of de anderen. Met een hand voor de mond rende iemand weg. Alweer kots. Zat ik nog in de werkelijkheid?

Nog natrillende van de moorden die ik had begaan, zat ik weggedoken achter de deur. Ze waren bijna allemaal dood. Ik huilde stilletjes. Aan de andere kant van de deur zag ik een schaduw voorbij komen. Ik wilde niet dood. Niet nu, niet zo. Mijn handen zaten geklemd om het handvat van een keukenmes. Klaar voor de aanval. Wie er in mijn buurt kwam, zou ik de keel doorsnijden. Een ijzingwekkende gil verliet mijn mond toen er vlak langs mijn hoofd een hakbijl door de deur zeilde.

Iedereen gilde – tenminste – iedereen die nog over was. Was het werkelijk zo spannend? Ik voelde niks meer. Het schaap sloop voor mijn ogen langs. De dood naderde en iedereen wachtte vol spanning. Alleen de diehards waren nog over. Er was zoveel gebeurd. De deur werd geopend. Iedereen gilde, harder dan ooit. En toen wist ik dat het gebeurd was. Het bloed droop van het scherm. Druppels vielen op de grond en er had zich een gruweldaad voltrokken. In rode letters stond geschreven: You’re Next. Niemand durfde de zaal te verlaten.

Enigszins geïrriteerd keek ik vanaf de tribune naar de overblijfselen van de panikerende menigte. Aanstellers. Nooit eerder had ik zoveel mensen hysterisch zien gillen van angst en zelfs zien flauwvallen. Zo eng was de film niet. Tenzij de helft aan het hallucineren was van de verdovende middelen. In dat geval hebben ze de ervaring van hun leven gehad en liggen ze straks met wijd gespreide ogen in hun tent terwijl in rode letters de volgende tekst van het tentdoek druipt: You’re next.

Gillend zullen zij de nacht in gaan en alleen de ochtend kan vertellen of ze het overleven. Ik doe alvast mijn oordoppen in, want mijn buren zijn hun avontuur met het witte poeder al ruimschoots begonnen en als zij net zo hard zullen gillen als het publiek, doe ik vannacht ook geen oog dicht. In dat geval struin vannacht wel met een busje rode verf over de camping. Dat kan nog leuk worden.


Plaats een reactie

Velden gemarkeerd met een * zijn verplicht