Moe van Sporten

Geschreven door Chris op 31 juli 2015


De hele wereld lijkt in de ban van overmatig sporten. Er gaat geen dag voorbij of ik word geconfronteerd met het leed dat fitness heet. Overal op sociale media zie ik mensen in de weer met hun lijf en kiekjes van afgetrainde lijven. Een ding is mij na vijf jaar sporten wel duidelijk: ik ben er niet voor in de wieg gelegd.

Plezier in sporten is een emotie die mij volkomen vreemd is. Tot op de dag van vandaag is het mij dan ook een raadsel hoe menig mens zich elke week weer optimistisch richting de sportschool beweegt. In al die jaren dat ik aan de gewichten hang, zat ik te wachten op dat gevoel van euforie en verlichting. Helaas is dat nooit gekomen. In tegendeel, waar anderen energie van sporten krijgen, kost het mij alleen maar energie. En dat begint al ver voordat ik in de sportschool ben.

De dag dat ik mezelf verplicht te sporten, begin ik al met tegenzin. Het idee dat ik op mijn krakkemikkige fiets moet stappen en een kwartier op mijn velgen moet rijden doen mijn haren te berge rijzen. Ik kan alleen maar denken aan de barre tocht die ik moet doorstaan voor ik bij de sportschool ben. En dan moet ik op zo’n dag nog actief gaan doen met gewichten en allerhande toestellen die goed voor je lijf schijnen te zijn. Ik word er al moe van als ik er aan denk.

Ondanks mijn hardnekkige aversie tegen sporten, dwing ik mezelf twee keer per week te fitnessen. Een goddelijk lijf heeft het mij nooit opgeleverd – al is die definitie natuurlijk vrij subjectief – maar ik blijf mezelf wijsmaken dat het nuttig is wat ik doe. Kweek ik er geen wasbordje mee, dan strijd ik in ieder geval tegen de teloorgang van mijn lichaam. De dertig nadert namelijk in rap tempo en we weten allemaal wat dat betekent…

Het klaarmaken voor een uurtje sporten vind ik al een hoop gedoe en ook vandaag is dat het geval. Ik stort de inhoud van mijn rugtas uit boven mijn bed – geen tijd om op te ruimen – en bedenk me dat ik eigenlijk nog een hoop dingen te doen heb. Ik prop haastig mijn sportbroek en een flesje water in mijn tas en ren naar beneden. Onderweg grijp ik heel efficiënt nog een handdoek mee. Alles lijkt voortvarend te gaan tot ik in de garage besef dat ik iets vergeten ben. Snel sprint ik weer naar boven en grijp de iPod van mijn bureau. Zonder muziek overleef ik de sportschool niet.

Na enkele onderbrekingen – die ik voor mij zal houden – zit ik eindelijk op de fiets die al maanden naar de fietsenmaker moet. Als ik door de bocht ga, voel ik hoe de velgen door de fietsband heen over het wegdek schuren. Ik had ze toch laatst nog opgepompt? Ik ben amper honderd meter verder of ik kom tot de gruwelijke ontdekking dat mijn sportschoenen nog thuis liggen. Zucht, een hele diepe zucht. Haast vloekend keer ik terug om mijn schoenen te zoeken. Gelukkig ben ik tien minuten later weer onderweg. Al voelt niets aan deze situatie echt gelukkig.

Mijn fiets staat nog niet geparkeerd of ik wordt al overmand door jaloezie. Geenszins vanwege de spierbundels en anabolenblagen, maar door een vrouw met een kort, pittig kapsel. Zij gaat al naar huis en ik moet nog beginnen. Waarom ben ik hier? Sjokkend loop ik naar binnen, sleep mezelf de trap op en laat mij uiteindelijk vallen op een poefje in een van de kleedhokjes. Even bijkomen.

Het enige waar ik aan kan denken is de tijd. Hoe goed of slecht het vandaag ook gaat, ik wil voor het einde van de ochtend thuis zijn. Dan heb ik hopelijk nog voldoende tijd om mijn klusjes af te maken. Eenmaal omgekleed voel ik even de moed – zin kan ik het niet noemen – om aan de slag te gaan. Ik neem plaats op een toestel om je buikspieren mee te trainen, stel het aantal kilo’s in en begin. Na tien herhalingen weet ik precies waar mijn hardnekkige tegenzin vandaan komt.

Elke beweging, elke inspanning, kost mij moeite. Mijn lichaam sputtert tegen en dat gevoel is niet fijn. Bij elke herhaling tel ik hoe vaak ik nog moet. Nog tien, nog negen, nog acht. Er lijkt geen einde aan te komen, maar ik wil niet opgeven. De gewichten lijken zwaarder te worden en ik verlang naar bevrijding. Hoe kan iemand dit geweldig vinden? Ik wil niet opgeven en ga door en door. Mijn lichaam wordt warmer, mijn ademhaling versnelt. Het zijn allemaal dingen die ik niet wil voelen.

Hoe vaak ik ook klaag en hoe graag ik ook naar huis wil, ik geef niet op. Nooit. Ik hop van de ene oefening naar de ander. Cardio haat ik, buikspieren trainen is vreselijk, maar de rest kan ik wel aan. Zwetend en hijgend op een loopband ben ik het ongelukkigst in de sportschool, maar ik waag me er meestal wel aan. Het vervloeken van de toestellen (en mijn gebrekkige lijf) wissel ik af met het doornemen van mijn to-do lijstje. Elke keer kom ik tot de conclusie dat ik elke minuut die ik hier zit beter kan besteden aan nuttige taken. Dat ik tussen de oefeningen zit te bloggen, is hier het levende bewijs van.

Vandaag sla ik mijn ritje op de loopband over. Het scheelt een hoop tijd en ik trek het niet om gek van uitputtig het lood uit mijn schoenen te rennen. Zittend op het ‘zadel’ van de Pectoral Machine kijk ik uit op een rij loopbanden waar drie pittige dames hun ronde doen. Het ziet er zo gemakkelijk uit, maar dat is het niet. In die misleidende reclame trap ik niet. Ammehoela. Intussen ben ik druk in de weer met mijn eigen attractie en train mijn arm en borstspieren – niet dat ik er ooit iets van gemerkt heb. Behalve van die klap tegen mijn kop toen ik mijn hoofd tussen de armsteunen kreeg. Ik ben hier echt niet voor gemaakt. Ik vlucht snel naar de volgende uitputtingsslag.

Eenmaal op de Chest Press kijk ik uit over de Free Weight zone waar de spierbundels hun kunstjes vertonen. Honderden kilo’s vliegen door de lucht en spierballen rollen van links naar rechts. Het lijkt wel ordinaire reclame voor Men’s Health of een ander sportief blaadje. Hoe ze ooit de motivatie hebben gevonden om er vol voor te gaan is mij een raadsel. Na vijf jaar fitness – met onderbrekingen – voel ik mij een behoorlijke kneus in de sportschool. Zeker als ik ten overstaan van die fitness freaks ongelukkig zestig kilo sta weg te drukken. De moed zakt me dan ook snel in de schoenen en nog voor het einde van de ochtend zit ik weer op de fiets.


Plaats een reactie

Velden gemarkeerd met een * zijn verplicht