Kattenvrouwtje op Lesbos

Geschreven door Chris op 4 september 2016


Een kattenvrouwtje zal ik nooit worden. Dat heeft niets met mijn gender-specifieke kenmerken te maken, maar met het kleine kattentrauma uit mijn jeugd. Dat bleek ook tijdens de vakantie in lesbos.

Ontbijten in Griekenland is altijd een uitdaging. Niet vanwege het voedsel, maar vanwege wie of wat daar op afkomt. We zaten nog maar net buiten op het terras of er schurkte al een poes tegen mijn stoel. Op zich prima, maar ik weet waarvoor zie komen en daar had ik zo geen zin in.

Eerst paradeerde ze een beetje rond onze tafel en lonkte lief naar ons eten. Niels vond het een aandoenlijke aangelegenheid, ik niet. Maar toen we eten bleven weigeren, kwam er toch een demonisch geluid uit de strot van het beestje waar je u tegen zegt. Van schrik trok ik mijn benen op en schreeuwde: jaag dat beest weg!

Minoes de poes – die we eigenlijk Olijf hadden genoemd – trok zich daar niets van aan. Ze sperde haar bek open en siste wederom demonische klanken onze kant op. Ik siste terug maar het hielp niets. Niels genoot zichtbaar van het schouwspel en at rustig door.

Sinds ik als kind flink ben open gekrabd door de kat van een van onze buren, moet ik niets meer van ze hebben. En al helemaal niets van zwerfkatten, die dragen namelijk een heel medisch encyclopedie aan ziekten bij zich. Geen die ik graag wil oplopen. Daarom mag Niels ze van mij niet aaien, maar hij luistert nooit.

Dus als het kan vermijd ik katten. In mijn ogen zijn het onbetrouwbare dieren die hun klauwen maar wat graag in je huid of je bankstel zetten. De tweede kat van mijn broer was daar het levende bewijs van. Uit angst dat het beest vilein zou uithalen naar een onschuldig kind, hebben ze na lang tobben afstand van het dier gedaan.

Het is niet dat ik niet mijn best doe voor katten – dat doe ik ondanks mijn angst en allergie wel. Maar als een poezenbeest te dicht in de buurt komt, krijg ik het op mijn heupen. Op een afstandje kan ik ze wel aan, maar ze moeten niet in mijn buurt komen. Daar voel ik mij nog steeds niet prettig bij. Tenzij het katten van vrienden zijn. Dan gaat mijn hart een klein stukje open en wil ik nog wel eens een vriendelijke aai over de bol geven.

In mijn leven heb ik veel mensen en katten leren kennen. Elk met een uniek karakter. Soms was de mens wat leuker en soms de kat. Zo eerlijk ben ik dan ook wel weer. Katten en ik hebben gewoon een moeilijke relatie, maar als we elkaar eenmaal kennen kunnen we best door een deur. Want hoe bang ik ook voor katten kan zijn. Er zijn er toch een aantal uit mijn leven verdwenen die ik graag nog een keer zou willen aaien. Zolang zomaar niet op mijn schoot gaan zitten.


Plaats een reactie

Velden gemarkeerd met een * zijn verplicht