Los Angeles 2011

Geschreven door Chris op 12 april 2012


Het grote avontuur van 14 uur…

Waar ben ik aan begonnen? Ik begrijp helemaal niets van mijzelf. Waarom heb ik er ooit voor gekozen alleen naar Los Angeles te gaan? Waarom heb ik er ooit voor gekozen alleen naar Los Angeles te gaan? Niemand om mee te praten, niemand om afleiding bij te zoeken. Mijn iPad staat vol met genoeg entertainment voor de heenreis. Maar veertien uur films en series kijken zie ik niet zitten. Dat doe ik zelfs thuis niet. Hoe ga ik in vredesnaam die veertien uur doorkomen? Gelukkig wacht aan het einde van die veertien uur Vivian op mij. Tenminste, als ze er staat. Want ook dat weet ik niet. Mocht het echt compleet verkeerd gaan, dan zoek ik wel een hotel. Of een Motel. Men zegt dat je dat ook eens meegemaakt moet hebben…

De spanning voor de reis kwam pas echt toen ik mijn ouders had uitgezwaaid. Ze zijn nog vrij lang bij me gebleven. We dronken wat op het vliegveld, liepen langs de winkels en dronken nog meer. Uiteindelijk moest ik er aan geloven en moest ik ze achterlaten…

Daar sta ik dan. Helemaal alleen achter de douane. Niemand heb ik om mee te praten: ik ben volkomen op mijzelf aangewezen. Kan ik dit wel? Normaal lukt het mij ook prima een dag door te komen, maar vandaag… ik weet het niet. Het is een goede test, dat is een ding dat zeker is. Als mij dit niet bevalt, doe ik het in ieder geval nooit weer. Maar het komt vast goed. Dat moet gewoon.

 

Gedachten komen in sneltreinvaart door mijn hoofd wanneer ik naar de gate loop. Zal ik naar huis gaan? Als ik snel ben, zijn mijn ouders er nog. Natuurlijk ga je niet naar huis! Verman jezelf, Chris. Wat is dat toch? Komt het omdat ik alleen ben? Is het vanwege de lange reis? Of is het de spanning in zijn geheel? Waarom is de enthousiasme omgeslagen in weerzin? Ik zie mijzelf niet naar Los Angeles gaan; lopend door Hollywood, Sunset Boulevard en Disneyland. Misschien moest het niet zo zijn. Wel zonde van al dat geld. Mijn telefoon gaat over. Maaike. Ze zit in de auto en wenst we nog een goede reis. Goed om te horen. Ik zucht diep: ik ga naar Los Angeles. Of ik wil of niet.

 

Het boarden is begonnen en ik zoek mijn plaats op in het vliegtuig. Mijn stoel bevindt zich bij een nooduitgang. Had ik een plek uitgezocht met zoveel beenruimte? Blijkbaar. Ik ga zitten en installeer mijzelf in de stoel. Comfortabel, maar niet goed genoeg voor veertien uur vliegen. Gelukkig stap ik in Parijs al over. Ook iets dat ik nog nooit heb gedaan. Hoe zal dat gaan? Dan kan ik echt niet meer terug. Sterker nog, dan ga ik niet meer terug. Naast mij gaan twee Fransen zitten. Een stel. Waarschijnlijk gaan zij terug naar huis. Dwingend probeer ik mij te richten op de positieve aspecten van deze trip. Wat waren ze ook al weer?

 

Als ik straks in Los Angeles ben, kan ik heerlijk genieten van het prachtige weer, de mooie stranden, de uitgestrekte straten met winkels, Universal Studios en natuurlijk Disneyland. En de ontmoeting met Vivian niet te vergeten. De week zal vast enorm snel omvliegen. Hoe zal het zijn als andere mijn dramatische gedachten lezen? Ik ga me vast voor schut zetten als ik dit straks publiceer. Misschien dat ik deze reis uit kan zitten in dromenland. Dat zo mooi zijn. Veertien uur slapen. Wie houd ik nu voor de gek? Thuis kan ik dat niet eens. Laat staan in het vliegtuig.

 

Het is best vreemd dat Maaike er niet bij is. Altijd ga ik met haar op reis. Londen, Rome, New York, Parijs en Istanbul hebben we samen gedaan. En als je het strikt bekijkt zijn we ook samen naar Polen geweest. Volgend jaar gaan we samen naar Disneyland Parijs (alweer) en naar IJsland. Zin in! Ze hoort gewoon bij mijn vakanties, dus dit doen zonder haar voelt best onnatuurlijk. Heb het gevoel dat als ik naast me kijk dat ze er zo kan zitten, maar dat is niet zo. Het Franse stel zit nog steeds naast me.

 

Het vliegtuig is inmiddels opgestegen en ik heb mijn eerste ronde voedsel al gehad. Mijn optimisme is enigszins teruggekomen, maar nog steeds heb ik mijn twijfels over de reis. Vanwege alle cola moet ik nu alweer naar het toilet. Mensen die mij kennen, weten dat ik een enorme zeikerd ben. Wat zal ik straks gaan doen? House kijken? In het boek schrijven (dat ik nu uitwerk), lezen, muziek luisteren? Ik weet het niet. Misschien schrijf ik mijn eerste roman wel in het vliegtuig. De hoofdpersoon staat al vast. Al jaren. Maar in welke vorm ik het ga gieten… Ik weet het nog niet.

 

Laatst had ik een briljant idee voor een boek. Dus ik ga maar eens een kaartenbak kopen om alles in op te schrijven. Ik houd van organisatie, dus dit is echt de oplossing voor mij. Misschien is deze vakantie net wat ik nodig heb. Wie weet. Het zou de sleutel tot hernieuwde inspiratie kunnen zijn. Meen je! Volgens mij zetten we nu al de daling in. Dat is snel. Geen wonder dat mensen veel liever met de auto naar Parijs gaan. Dit echt een vlucht van niets.

 

Waar moet ik nu heen? Meteen naar de gate? Of weer door de douane? Waar is mijn vlucht naar Los Angeles? Ik ben nog niet het vliegtuig uit of ik ben de weg al kwijt. Typisch. Of toch niet? Ik volg de borden en word een andere Terminal ingeleid. Na een flinke wandeling kom ik bij de douane, ik moet weer gecontroleerd worden. De rij is lang en de mensen schieten niet op. Het gaat stapvoets vooruit. Zucht. Mijn telefoon gaat en het blijkt mijn moeder te zijn. Ze wil weten of alles goed is gegaan. Ik vertel dat ik bij de douane sta en bijna aan de buurt ben. Ze hangt op. Zo meteen verder praten.

 

Op mijn sokken kom ik de douane door. Alles is natuurlijk goed. Meteen loop ik naar de gate. Ik heb niet veel tijd om over te stappen, dus ik wil gewoon op mijn plek zijn. E34, de plek waar ik moet zijn, heb ik zo gevonden. Ik neem plaats op een stoel en eet een boterham. Ik heb constant het gevoel dat Maaike naast me zit, maar dat is niet zo. Die zit in Nederland te balen dat ze niet mee kan. Achter mij beginnen de rijen langer te worden en besluit ik ook maar te boarden. De rij kruipt langzaam voort en ik kijk om mij heen. De vluchthaven lijkt een grote houten tunnel. Het is goed verlicht wat het een open uiterlijk geeft. Ik kijk om… o, ja… ik ben alleen. Op het scherm naast me staan de vertrektijden, informatie over Los Angeles en een menuoverzicht van de maaltijden aan boord. Twee keer een grote maaltijd. Lekker. Het scherm ververst. Zie ik dat nu goed?

 

In witte letters zie ik mijn naam geschreven. Ik moet mij melden. Aangezien ik al ver in de rij ben, besluit ik door te lopen. Ik vraag het verderop wel. Bij de ticketcontrole blijkt dat ze mijn verblijfadres in Los Angeles nog niet hebben. Vreemd, want dat heb ik wel doorgegeven. Het ticket is in orde en ik moet mij melden bij een beveiligingsagent. Hij fouilleert me van top tot teen. Ook deze keer is alles in orde. Niet lang daarna belt mijn moeder weer. Ze wil mijn stem nog even horen voor de lange stilte begint.

 

 

De weg naar het vliegtuig heeft een splitsing en ik sla rechts af. Wederom heb ik een briljante plek bij de nooduitgang en dus veel beenruimte. Heerlijk. Moet er niet aan denken dat ik twaalf uur met mijn benen tussen een stoel geklemd zit. Naast mij gaat een dikke Chinees zitten en naast hem een oude Afrikaan met een vreemde leren ronde tas waar heel goed een kleine trommel in had kunnen zitten. Aangezien mijn tas niet op de grond mocht staan, neemt een steward hem van mij over en stopt hem ergens weg. Het is nu afwachten tot we de lucht in gaan. Er is geen weg meer terug.

 

Deze vakanties of reisjes zijn mooie momenten om ervaring op te doen. Levenservaring. En dat heb je wel nodig als je een boek wilt schrijven. Dan is zelfs een reisje naar Los Angeles misschien niet voldoende. In mijn leven heb ik al zo vaak gehoord dat ik levenservaring op most doen. Men moest eens weten hoeveel ervaring ik heb opgedaan. Maar goed, nu had ik voor 530 euro weer een buideltje levenservaring bij KLM gekocht en die ervaring sijpelt nu langzaam binnen. Weerzin druppelt er nog een beetje tussendoor. Nog steeds heb ik niet veel zin om te gaan. Waarom ga ik ook al weer? Wat was de reden voor mijn bezoek aan de stad der engelen? O, ja. Er is veel te zien en ik ga Vivian opzoeken. Leuk.

 

Mijn ogen branden een beetje dus ik sluit mijn ogen maar een tijdje. Dan mis ik hopelijk het opstijgen en een paar uur van de vlucht. Dat zou mooi zijn. Dat was me immers tijdens de vlucht naar New York in 2009 ook gelukt…

 

Een flink gerommel schrikt me op. Turbulentie. Hoe lang heb ik geslapen? Waar zitten we nu? Hopelijk zijn we al een paar uur onderweg. Het vliegtuig schudt door en ik veer op. Even uit het raam kijken. Wat veroorzaakt de turbulentie? Buiten is het goed grijs. Mijn hoop spat in een keer uiteen. We vliegen helemaal niet door de grijze wolken, maar rijden nog steeds over het asfalt van de luchthaven. Blijkbaar ben ik maar een paar minuten weggeweest. Nog steeds ruim 11 uur te gaan. Buh!

 

De foto van Maaike ben ik vergeten. Ze wilde dat ik haar met de Hollywood sign op de foto zou zetten, maar dat gaat niet lukken. De foto ligt thuis. Ze had gewoon mee moeten gaan. Dit hadden we goed samen kunnen doen. De steward deelt het eten rond. Warme kip met champignonsaus en een pastasalade. Het walnoottaartje ziet er gevaarlijk lekker uit. Gezien mijn notenallergie niet zo slim om te eten. Rustig begin ik aan mijn maaltijd, maar het taartje blijft me aanstaren. Eet me, eet me. Nee. Zoals altijd ben ik ook deze keer mijn allergiepillen vergeten. Clint en Maaike weten daar alles van. Zo stom. Eet me, eet me ,fluistert het taartje zacht. En voor ik er erg in heb, zet ik mijn vorm in de korst en wrik een stukje los. Oeh, lekker.

 

Wanneer er niets meer ligt dan een paar kruimels schuif ik voldaan het dienblad van me af. Weg ermee. In afwachting op de tintelingen laat ik mijn lichaam rusten in de stoel. Het blijft rustig. Had ik het wel goed gehoord? Was het wel een walnoottaartje? Of was de noot zodanig verwerkt dat ik er geen last meer van heb? Ik heb nog ruim twee derde van de vlucht te gaan, dus besluit ik een aflevering Desperate Housewives aan boord te kijken. Altijd goed voor een klein uurtje vermaak.

 

Mijn kont begint aardig te branden in mijn stoel en ik probeer te verzitten. Ik heb nog ruim acht uur te gaan voor de landing en mijn zitcomfort is nu al gedaald tot beneden het nulpunt. Zelfs het gratis Air France kussen helpt voor geen meter meer. Weer ga ik verzitten. Krampen en steken schieten door me heen. Misschien moet ik even opstaan. Wat was dat? In een flits zie ik een gedaante door de eerste klas lopen. Dat kan niet waar zijn, dat lijkt mijn vader wel. Ik knipper met mijn ogen – je zou denken dat dit een wijze van spreken is, een cliché, maar als jij je ogen niet gelooft, dan knipper je echt. Het is alsof je de browser van je computer opnieuw ververst – en inderdaad, het was mijn vader niet. Dat zou toch wat wezen als het hem wel was…

 

Het vliegtuig vliegt nog steeds boven zee. Slapen lukt voor geen meter – overal pijn – en ik heb nog steeds geen zin in de vakantie. Gelukkig landt het vliegtuig een half uur eerder en kan ik Nederland achter mij laten. Het vliegtuig schudt af en toe, maar verder is het een rustige vlucht. Altijd als ik vlieg moet ik aan Lost denken en vraag ik me af waar ik het beste kan zitten. Ach, dood ga je sowieso wel. Het is maar goed dat je nooit weet wanneer. Mijn buik speelt ook op. Geen heimwee, maar buikkramp. Altijd als ik onregelmatig eet, verkrampt mijn maag als een spons die uitgewrongen wordt. Rustig blaas ik uit om de pijn te verlichten. Dat kan er ook nog wel bij. Kon ik maar een luchtje scheppen. Veertien uur vliegen is toch best lang.

 

Eerst maar even naar het toilet. Beide hokjes zijn bezet, dus ik wacht. Onrustig hinkel ik op mijn benen. Schiet op. Ik kijk op mijn telefoon. De tijd klopt niet. Dat wist ik en toch kijk ik. Het is ongeveer 22:00 dus dat is 13:00 LA tijd. Nog ruim drie uur te gaan. De deur gaat open. Een man met een verhit hoofd komt naar buiten. Dat zal wel goed fris ruiken daar binnen (ahum). Ik duw tegen de deur aan, hij opent op een ruime kier, maar wordt dan tegengehouden. In een flits vang ik een glimp op van een vrouw en dan gaat de deur weer dicht. Nee! Dat meen je niet. Ik dacht dat het fabels waren. Gatver. Daar ga ik echt niet meer naar binnen. Niet veel later gaat de deur open en komt de vrouw naar buiten. Ze was duidelijk druk bezig geweest op het toilet, echter niet met haar echtgenoot maar met het helpen van haar kind. Gelukkig maar.

 

Het is druk waar ik zit. Zowel het toilet als de keuken bevinden zich aan mijn voeteneinde. Het is een ware ontmoetingsplaats. Ouders met kinderen praten met elkaar, alcoholisten stelen er drank en de hongerige passagiers voeden zich hier. Is dat wel de bedoeling? Het is net een park met een open bar. Zouden de personages van mijn nieuwe boek soms voor me staan? Vanuit mijn stoel observeer ik de mensen en maak notities. De radartjes in mijn hoofd beginnen te draaien en vergruizen de gedachten die ik tot nu toe bij me heb gedragen en maken plaats voor nieuwe. De spanning die ik voor de reis had, ebt weg en opwinding is de nieuwe emotie die ik leer kennen. Ja, wellicht is dit wel materiaal voor heel wat interessante figuren.

 

De situatie bij de keuken wil ik wat beter observeren dus ik sta op en neem een ijsje uit de vriezer. Heerlijk. Ik kijk hoe anderen de lusten van de open bar omarmen en zich van alle gemakken bedienen. De sandwiches zien er niet zo lekker uit, dus ik laat ze liggen. Om het creatieve proces niet negatief te beïnvloeden praat ik met niemand. Ik observeer slechts. Ik bijt een stuk van mijn ijsje af en laat de kou over mijn tong vloeien. Als zachte prikjes voel ik tintelingen door mijn lichaam gaan en mijn hoofd wordt helder. Deze mensen zijn dan wel gruwelijk irritant, maar daarentegen ook fantastisch materiaal om te kneden.

 

We vliegen richtring Seattle, de stad van Grey’s Anatomy. Op de route ligt ook de stad Regina – het doet me aan een vriendin denken. Los Angeles komt steeds dichterbij. Ook zal ik graag wel weer naar New York willen. Op dit moment is Clint daar met zijn bestie Danny. De volgende keer neem ik iemand mee al kan ik deze reis goed benutten voor mijn schrijfwerk en dat is ook heel wat waard. Vanuit mijn stoel houd ik de situatie bij de keuken en het toilet goed in de gaten. Waarom is er eigenlijk geen Wi-Fi in het vliegtuig? Ik heb zin om mensen berichten te sturen. Als ik straks geland ben, dan bel ik meteen naar huis. Ze maken zich vast ongerust. Mijn ouders kennende. Stiekem ben ik ook wel een beetje bang dat Vivian er niet zal staan. Maar dat gebeurt vast niet. Wat een drama maak ik er ook van. Een groot feest voor de emoties. Hoe zouden de andere deze vlucht ervaren? Ik zou best een kort interview willen houden met een van de stewards. Ideeën voor reisblogs of essays stromen door mijn hoofd.

 

De landing komt steeds dichterbij. Tijdens al mijn gezeur is de tijd toch best snel voorbij gegaan. Met een beetje geluk slaap ik om 00:00 LA-tijd. En dan is deze dag ook zo voorbij. Tot de daling ga ik maar de film Melancholia kijken. Het is een film die ik al een lange tijd wil zien, maar het is er nooit van gekomen. De film wordt echter snel onderbroken met de volgende maaltijd. Koude kip met koude aardappelen. Dit is zo niet goed voor mijn maag en die is al van slag. Naast mij, aan de andere kant van het gangpad, vraagt een van de passagiers wat aan de steward.  Beleeft buigt hij naar voren om de vrouw goed te kunnen horen, waardoor hij zijn kont zowat in mijn gezicht duwt. Dit vliegtuig is echt veel te krap.

 

Door het lange shuttlen, ben ik alsnog om 16:15 bij de gate. In snelle pas loop ik naar de controlepost. Niet langer wil ik wachten. Ik wil mijn koffer halen, Vivian ontmoeten, de buitenlucht opsnuiven en mijn ouders bellen. De rij voor de immigratiedienst is echter immens lang. Voor mij staat een stevige man met een kaal hoofd en een Hawaii-bloesje waar de haren bovenuit komen. Zijn koffer staat onhandig geparkeerd in het gangpad. Druk kletst hij met een zakenvrouw die naast hem staat. Ze vertelt dat ze alleen voor een rijbewijs of rijcertificaat naar de Verenigde Staten is gekomen vanuit Parijs. De rij schuift een stukje op, maar de man blijft staan. Ongeduldig tik ik met mijn voet op de vloer en kijk op mijn telefoon. Twee minuten.

 

Alsof hij alle tijd van de wereld heeft loopt de harige, maar kalende man een klein stukje verder. Totaal onbewust van zijn omgeving. Een man van de beveiliging loopt met een hondje door de rij heen. Het beestje ruikt overal aan, maar blijft kalm. Totdat hij de bagage ruikt van de stevige man. Nee! Heeft hij drugs bij zich? Oeh, avontuur. De bewaker stap op de man af en vraagt of hij verboden middelen bij zich heeft. De man kijkt verbaast. Is hij erin geluisd? Ik zie hem nadenken. De bewaker somt alle verboden middelen op, drugs, zaden, fruit… Er gaat een lichtje branden zie ik. “Volgens mij heb ik een Appel in mijn tas zitten.” De bewaker knikt en laat de man weer met rust. Is dat alles? Gaat dat zo makkelijk? Moet hij niet helemaal doorgelicht worden? Dit is toch Amerika? Het land van angst en overmatige beveiliging? Of reageert de hond op elk product anders? En was dit slechts een controle?

 

Bij de grenscontrole geef ik mijn vingerafdrukken en mijn iris scan af. Mijn koffer is er ook snel dus ik kan bijzonder vlug naar de aankomsthal. Nu snel op zoek naar de blonde lok van Vivian. De deuren gaan open. Ik zie mensen. Nog geen blonde lok. Ik loop door de deur en kijk op me heen. Is dat Vivian? Nee! Ik kijk links, ik kijk rechts. Waar staat ze? Of is ze er niet? En dan zie ik ineens een groot wit vel waar mijn achternaam op staat. En daar is de blonde lok. Ze staat er! Het is Vivian! Ik haast me naar haar toe en geef haar een knuffel.

“You are here!”

“Yes, I’m here. Finally!”

 

Nog wennend aan het idee dat we elkaar nu eindelijk zien – aan de andere kant van de wereld – lopen we richting de parkeergarage. Ik ben in Los Angeles. Het weer valt me een beetje tegen. Vivian loopt in een korte broek dus het moet vast goed weer zijn geweest. In de garage staat een enorme pick-up truck. De deur van de bijrijderskant lijkt ontwricht, maar dat schijnt helemaal in orde te zijn volgens Vivian. Ik gooi mijn koffer achterin en rijden zeven dollar armer de garage uit, op weg naar Pico Riviera.

 

De snelwegen van Los Angeles blijken carpoolstroken te hebben. Zodra je iemand meeneemt mag je op die weghelft rijden. Het stelt ons in staat het drukke verkeer van de stad enigszins te omzeilen. Tijdens de rit nemen we de plannen voor de komende week door. Tot mijn teleurstelling blijkt ze toch veel dagen te moeten werken en ben ik veel op mijzelf aangewezen. “You can use my car if you want to.” Met grote ogen kijk ik haar aan. Haar auto lenen? In deze immense stad? Waar ik geen weg of locatie ken? En ik verdwaal al zo vaak. Is ze gek geworden? Driftig schud ik mijn hoofd. “Nooo, fucking way.”

 

Vivian woont in een buitenwijk van Los Angeles, Pico Riviera. Haar huis ligt aan een enorme straat met alleen maar laagbouw en elektriciteitsmasten. Ze parkeert de auto aan de kant van de weg voor een klein, sober huis. Ik haal de koffer uit de achterbak en loop achter haar aan. Bij de voordeur sta ik stil. Wat zie ik daar nu? Op de veranda lopen vier pluizige katten, oranje en bruin. Vier!

 

“You have cats?”

“Yes, and four dogs. You forgot?”

“I’m allergic!”

“Are you kidding?”

 

Shit, shit, shit. Geen allergiepillen bij me en de grootste gevaren lopen in en om het huis. Als dat maar goed gaat. Hopelijk maken ze de boel goed schoon. Vivian loopt naar binnen en ik volg haar. Ik sta meteen in de woonkamer op een plavuizen vloer. Links voor me zit haar broertje op de bank televisie te kijken. Rechts van me zit haar moeder met een vriendin aan de eettafel. Ze staat op. Vivian introduceert me. “This is Chris, from the Netherlands.” Ik schud haar moeder de hand. Vervolgens loop ik naar haar broertje en stel me voor. Dat was het dan. Ik ben er. En nu?

 

Omdat ik mijn koffer kwijt wil, vraag ik waar ik mijn spullen kwijt kan en ze neemt me mee naar haar slaapkamer. Het is een kleine, maar voldoende ruime, kamer met een hoop prulletjes en boeken over horoscopen en sterrenbeelden. In de kamer staat een driepersoonsstapelbed van de Ikea en een paar kasten. De vloerbedekking is grijs en overal zie ik kattenharen. Dit is echt een rampengebied voor mijn lijf. Hopelijk trekt het zo weg. David – de vriend van Vivian – is ook aanwezig. Gezamenlijk kletsen we wat en ik besluit mijn Nederlandse cadeaus te geven. Leuk, leuk. Mijn vader had bij de Hema chocoladeletters gekocht. Verder heb ik nog kruidnoten en stroopwafels bij me. En natuurlijk het veelbesproken stripboek, Suske en Wiske. Hoewel het eigenlijk van Vlaamse komaf is, wil ik haar er toch een geven.

 

Mijn holtes vullen zich langzaam met snot en mijn keel sluit zich langzaam af. Mijn hoofd klopt en ik voel me versuft. Hatsjoe. Als dit zo doorgaat trek ik het echt niet. David besluit voor mij de kamer te stofzuigen, Vivian en ik bespreken intussen de weekplannen verder en schuiven wat met het schema. Ook omdat het Hollywood museum niet open is op bepaalde dagen moet er wat omgegooid worden. Na het zuigen is mijn conditie niet verbetert.

 

Aangezien ik nog even het internet op wil, besluiten we naar Starbucks te gaan. Daar kun je gratis gebruik maken van Wi-Fi. Heerlijk. Plotseling gaat mijn telefoon. Mijn vader. Is hij nog wakker? In voor Vivian en David onverstaanbare taal beantwoord ik de telefoon. Mijn vader vraagt waarom ik nog niet gebeld had. Ik reageer vrij kortaf. Mijn hoofd klopt en mijn neus zit vol als een verstopte  afvoer. Met moeite haal ik adem. Hij vraagt hoe de reis was en of ik de letters al gegeven heb. Ik heb hier zo geen zin. Ik wil dat het gesnotter over gaat. En ik wil geen gesprekken voeren. Uit mijn koffer vis ik een nieuw pakje zakdoeken en snuit mijn neus leeg zover dat lukt. Mijn vader merkt dat ik niet goed aanspreekbaar ben en hangt gauw op.

 

Met een kop vol snot vertrek ik met Vivian en David naar de Starbucks. Om de haverklap snuit ik mijn neus. Lekker geluid. De Starbucks is gelegen in een groot winkelcentrum. Het ligt aan een plein bij verschillende eetgelegenheden. Binnen heb ik snel verbinding en upload mijn eerste foto op Facebook. Ik moet de Nederlanders wel goed op de hoogte houden. Shit, mijn neus. Ik sta op en loop haastig naar voren. Niet veel later loos ik de inhoud van mijn neus in een stapel servetten. Ik ga weer zitten. Nog geen vijf minuten later druk ik opnieuw een stapel servetten onder mijn neus. De zakdoetjes in mijn broekzak zijn doorweekt en deponeer ze in de prullenbak, samen met de volgenoten servetten. Voor de zekerheid snuit ik nog een keer mijn neus, maar het heeft geen zin want de holtes vullen zich meteen weer met snot. Hatsjoe.

 

Vivian ziet hoe erg ik het te pakken hebt en stelt voor om bij de apotheek te kijken voor allergiepillen. Goed idee. Na onze internetpraktijken en een hoop gesnotter later rijden we naar de Walmart aan de overkant van het winkelcentrum. Moeten we niet gewoon lopen? Zal wel iets Amerikaans zijn. Ik vind het best. In de Walmart lopen we in een rechte lijn naar de apotheeksectie. Na een korte zoektocht vind ik allergiemedicatie. Allegra Allergie. Non-Drowsy. Ziet er goed uit. Het moeten wel antihistaminica zijn anders helpt het niet. Na zorgvuldige inspectie blijk ik de hoofdprijs van zes dollar in handen te hebben. Dit moet helpen.

 

Bij de kassa reken ik het doosje af. Mijn aandacht wordt getrokken door een scala aan – voor mij onbekende – M&M’s, maar ik kan me inhouden. Meteen neem ik een pil in. Het duurt zeker twee uur voor het helpt. Dus met een beetje geluk word ik morgen wakker met de mogelijkheid om te ademen. Vivian brengt ons thuis en we maken ons klaar om te gaan slapen. Iedereen is moe, zeker ik. Van Vivian krijg ik een extra deken, omdat de katten uitvoerig in mijn bed hebben gelegen. Ik zucht. Als ik me morgen nog zo voel, ga ik naar een hotel. Ik wil me niet zo klote voelen. Los Angeles moet genieten worden en niet in het teken staan van mijn allergieën.




1 reactie

  1. Dit is een test om te kijken of alles werkt.
    hoewel het een geweldige blog zou kunnen zijn is ie veeeeeel te lang 😛 Grapje 😉

Plaats een reactie

Velden gemarkeerd met een * zijn verplicht