Roadtrip: een vluggertje IJsland

Geschreven door Chris op 18 juli 2013


REYKJAVIK – Een zware hoofdpijn donderde door mijn bovenkamer toen ik in de auto zat. Het enige waar ik aan kon denken was het dumpen van de auto. Snel tanken en weg ermee. De lange reis naar de Vatnajokul had zijn tol geëist. Ik was kapot.

De broodkruimels zaten nog tussen mijn tanden toen ik wegreed vanaf de parkeerplaats voor het hotel. Als we de vakantie beter gepland hadden, logeerden we nu in een schattig herbergje in de buurt van de Grimsvotn. De waarheid was ijzig en hard en ik had de vorige avond – met de laaghangende en verblindende zon op mijn dak – ruim 350 kilometer teruggereden langs dezelfde route.

Het zuiden van IJsland zouden we deze reis niet meer vanuit onze auto zien. We hadden de auto nog ruim acht uur, dus we wilde het noorden aanschouwen. Hoe ver zouden we het redden? De muziek stond aan, Maaike zat naast me en ik liet de hoofdstad opnieuw achter mij. Links van me glinsterde de zee in de stralende ochtendzon. Mooier kon de dag niet beginnen.

Al vrij snel reden we een waarschuwing tegemoet. Een tolweg. Of eigenlijk een toltunnel om precies te zijn. Als een rasechte Nederlander besloot ik de goedkope route te nemen. Ik was nog maar net afgeslagen en zag dat onze omweg veel benzine en tijd zou gaan kosten. Goedkoop is dus toch duurkoop. Honderd IJslandse Kronen betalen was toch de beste oplossing. En zo geschiedde het. Ik keerde om, betaalde de tol en zeven kilometer later stonden we aan de andere kant van de Hvalfjarðargöng (Walvisfjordtunnel).

Het parkeerterrein aan de andere kant gaf ons prachtig uitzicht over de Hvalfjörður en stelde ons in staat Reykjavik van de andere kant te bekijken. De stand van de zon gaf het landschap een illustere gloed die het plaatje spookachtig, maar betoverend maakte. Als een echt fotomodel wilde Maaike ook nog met de auto op de foto. Ze kon zo op de cover van de Fiat catalogus.

Balancerend op de wind vonden we onze weg de auto in en zette onze reis weer voort. Het landschap werd weer glooiend en de bergen van de dag ervoor doemden op in mijn herinnering. De afgronden leken dieper en mijn hoogtevrees greep me om de keel. De afwezigheid van vangrails of schietstoelen maakte dat het zweet hoog in mijn naad zat en met liters van het stuur af droop.

Ik ben niet gemaakt voor hoogtes. Zeker niet als de alles verzwelgende zee beneden op ons staat te wachten en het verkeer mij met grote snelheden passeert. Als ik hier maar niet van af val. Ik telde de centimeters tot de afgrond, tot de ontmoeting met de dood. De koude, natte, scherpe, pijnlijke dood. Even was het stil, doodstil. En plotseling, vanuit het niets, raasde een auto voorbij en vanaf dat moment ging alles heel snel.

IJsland Auto

De focus lag niet meer op de richel, maar op de weg. Ik richtte mijn ogen recht vooruit, stuurde de auto bij de richel vandaan en voelde de kalmte intreden. De daling was ingezet en eigenlijk viel het ritje wel mee. We passeerden stenen huisjes en reden over glooiende wegen lange de waterkant. Door de zon waande ik me even in Californië en pretendeerde in een cabrio langs Long Beach te rijden. Wat voelde ik mij decadent. Aan de voet van een grofkorrelige stenen berg parkeerde ik de auto. Het uitzicht over de fjord was prachtig en attendeerde me meteen op de volgende bestemming: Borgarnes.

De eerste fatsoenlijke stad na Reykjavik. En met fatsoenlijk bedoel ik nog minder faciliteiten dan een gemiddeld Nederlands dorp, maar het kon ons niets schelen. Het was een stadje en we waren enthousiast. De extase was helaas maar van korte duur. Het aanzicht van de brug waar ik over moest deed mijn maag verkrampen zoals een liter ristretto op een nuchtere maag.

De brug – Borgarfjarðarbrú – bestond uit twee asfaltwegen op pootjes, afgezet met wat rotsblokken. De stroming van de fjord was verraderlijk en voor de zoveelste keer zag ik de auto te water gaan, meegesleurd door de stroming tot nooit weer ziens. Genoeg! Ik was de aanstelleritis zat, schakelde een knop om en stak het water over. Als een ware Mozes trotseerde ik de IJslandse wateren. Was ik genezen?

Na Borgarnes werd het landschap bosrijker en maakten we na een uurtje onze laatste stop. Het gebied werd verzwolgen door de dennenbomen wat het Scandinavische gevoel vergrootte. We namen een kodak-momentje op een grinderige inham langs de weg. Mijn hoofd voelde zwaar aan en keerde eerder dan Maaike terug naar de auto.

Gulzig slokte ik wat water naar binnen in de hoop dat mijn hoofdpijn zou afzakken. We hadden nog zeker een half uur voor we rechtsomkeert moesten. Nog even volhouden. Mijn ogen voelden zwaar. Maaike zat inmiddels weer naast me en ik startte de auto. Hier kom je niet snel terug. Geniet. En zo reed ik verder naar het noorden.

Al snel kwam het moment dat we terug moesten. Teleurstelling overheerste op het moment dat ik de U-turn maakte. Mijn geest wilde nog dagen rijden. Mijn lichaam wilde niet meer. De lange tocht van de vorige dag had zijn tol geëist. Ik was op. Snel en volhardend reed ik via Reykjavik naar het vliegveld.

De hoop om vlak bij de autoverhuurder te tanken was snel vervlogen. Mijn debitcard werd geweigerd en van mijn creditcard  wist ik de pincode niet eens. Als een malle zocht ik de omgeving af naar een tankstation waar ik kon pinnen. Zeker in de buurt van het vliegveld moest ik toch slagen?

De tijd begon te dringen en er waren nog geen successen behaald. Wat nu? Geen enkel tankstation kon mij helpen. De benzinemeter liep steeds verder terug en de tijd tikte door. Uiteindelijk een willekeurige IJslander hulp gevraagd en na een flinke zoektocht een goed tankstation gevonden.

De tank zat nog maar net vol of ik reed al weer plankgas naar het afleverpunt. Bij het achterlaten van de auto was er niets herkenbaars te ontdekken aan de Fiat. De rode kleur was verdwenen achter een dikke laag stof. Gegeneerd overhandigde ik de sleutel en wachtte de controle af. Alles was goed. De busreis naar Reykjavik was er een van oogjes toe en dromen maar. Wat waren we moe.


2 reacties

  1. wow, als je net zo fijn praat als je schrijft kan ik uren naar je luisteren 🙂

Plaats een reactie

Velden gemarkeerd met een * zijn verplicht