Tivoli en het sekshotel

Geschreven door Chris op 13 augustus 2013


Mijn hoofd duizelde een beetje toen ik door de enorme poort liep. Overal zag ik lichtjes en sprookjesachtige verschijningen. Waar was ik in vredesnaam terecht gekomen? De pijn was weg en had plaatsgemaakt voor een hemels gevoel. De hel van die middag leek ontzettend ver.

De lange stekende tentakels trokken zich langzaam terug uit mijn hoofd. Het vliegtuig was geland. Een zeurende maar dragelijke hoofdpijn deed zijn intrede. Een stewardess vertelde me mij dat het wel vaker voorkomt. Iets met verstopte holtes en druk bij het dalen. Geen doodsvonnis dus.

Opgelucht vervolgde ik de reis naar het hotel. Eerst een frietje bij de plaatselijke Burger King, waar halve porties voor dubbele prijzen over de toonbank gingen. Helaas was de pijn in mijn portemonnee niet de ergste. Na een slok Sinas was ik weer terug bij af en de kou van het drankje sloeg als een honkbalknuppel tegen mijn hoofd. Pijn.

Het was de eerste steek van een flinke reeks naschokken. Het zou nog zeker een dag duren voor ik geen pijn meer zou voelen. De eerste naschok was gelukkig al vergeten toen we met de trein in het zonovergoten Kopenhagen aankwamen. Meteen werd onze aandacht getrokken door een bijzonder fenomeen. We hoorden mensen gillen, maar zagen niets. Wat was er aan de hand?

Ik zag een futuristische zweefmolen waar mensen aan touwtjes door de lucht vlogen en een racende achtbaan waar gegil de boventoon voerde. Midden in de stad – tussen alle winkels en restaurants – stond een pretpark. Tivoli. Een gevoel van herkenning bekroop mij, maar het duurde even voor ik besefte waar dat vandaan kwam. Disneyland, het leek op Disneyland Parijs. En met dat verbaasde gevoel liet ik Tivoli achter mij en liep ik naar het hotel.

We waren nog niet goed en wel binnen of onze hotelkamer was al gebombardeerd tot seks-kot. Waar in Istanbul de badkamer nog geblindeerd kon worden met luxaflex, was onze badkamer volledig van glas. Zelfs de matheid was niets verhullend en we konden zo bij de ander in de keuken kijken als die onder de douche stond.

Daarnaast was het bed van het formaat lepeltje-lepeltje, dus de conclusie was al gauw getrokken. Deze kamer was geleefd en goed ook. Rob Geus zou met zijn black light waarschijnlijk erg gelukkig geworden zijn. Wij maakten gauw plannen voor de avond en knepen er tussenuit.

Hoewel Tivoli onze aandacht bleef trekken, hadden we besloten dat er geen tijd voor was. Een weekend en tientallen bezienswaardigheden. Met een grote boog liepen we om het park heen – het gevaar vermijdend – totdat we de sprookjesachtige ingang van het paradijs zagen. Opeens wist ik niet meer waarom we niet naar binnen wilden. Honderd Kronen armer stonden we dus toch aan de andere kant van de poort.

Voor ons lag een uitgestrekt park dat een combinatie was van Oosterse en futuristische invloeden. Een oud Chinees theater lag aan de linkerkant van het pad dat we volgden naar beneden. Bij een vijver stond een enorme oosters paleis waar je voor een flinke zak geld een hapje kon eten. Links van het paleis lag een grote grasweide. Door het podium en de sfeer waande ik mij even op Lowlands en ik keek uit naar het optreden dat Outlandish die avond zou geven.

Dat Walt Disney veel inspiratie heeft opgedaan in Tivoli werd wel duidelijk toen we onze wandeling voorzette. In een enorme vijver lag het schip van Peter Pan en de attracties hadden veel weg van de bollen in Discoveryland. China Town had Disney waarschijnlijk niets mee want het had geen herkenningspunten. Dat zou wel komen door het grote aanbod van prullaria en andere troep. Al was de draak boven dit deel van het park erg indrukwekkend.

Vanwege de hoge prijzen bleven we lange tijd door het park cirkelen voordat we ergens neerstreken om een hapje te eten. De sushi bar waar we oorspronkelijk wilde eten was praktisch onbetaalbaar, waardoor we uiteindelijk ergens voor 26 euro een goedkope pepersteak konden wegkauwen.

De zon ging nog lang niet onder en we voelden er weinig voor tot het einde van de avond uit onze neus te eten. Daarom keek ik de portier lief aan en kregen we beide een stempel op onze hand. We mochten terugkomen. De expeditie door Kopenhagen was begonnen en we wandeldem via Strøget richting het operagebouw. We liepen even verkeerd, maar het duurde niet lang of we zaten weer op de juiste weg richting de Hans Christian Andersen Boulevard.

De straat die we in liepen, zag er intimiderend uit. De zoete lucht van wiet cirkelde om ons heen en we werden door verscheidende mannen nagestaard. Of dit was het drugs kwartier of hier zaten alle homo horeca. Ik kwam er niet achter. Met een flinke pas liep ik de straat door. Verstand op nul en blik op oneindig. Onderweg passeerden we de Kongens Have (Koningstuin) waar grote groepen alternatieve jongeren waren neergestreken en hun alcohol en drugs consumeerden.

Vlakbij het park stond ook het Rosenborg Slot en werd een militair eigendom bewaakt door gewapende mannen in uniform. Zouden ze ooit die wapens gebruikt hebben? En hoeveel kogels vuren ze dan af? Eerst een waarschuwingsschot of gelijk dood? Het hield me bezig. Foto’s maakten we niet want we moesten op tijd weer bij Tivoli zijn.

De poort was nog open en de duisternis in het park werd verbannen door duizenden lampjes. De bomen, de paden, de vijvers en alle restaurantjes waren verlicht. Het was allemaal zo sprookjesachtig, zo hemels. Hiervoor was ik teruggekomen. Zelfs het paleis van de sultan baadde in duizenden lichtjes.

De grasweide was volkomen verdwenen onder de voeten van duizenden toeschouwers. Outlandish speelde haar nummers voor een enthousiast publiek. Wederom werden we bedwelmd door de zoete lucht van wiet en werd er volop alcohol geconsumeerd. Er was een waar feestje aan de gang en wij hoorden daar bij.

En op dat moment voltrok zich een wonder. Als in een droom – misschien voelden ze onze aanwezigheid – speelde de band het enige nummer dat we kenden. Aicha. En dat was de perfecte afsluiter van de avond.


Plaats een reactie

Velden gemarkeerd met een * zijn verplicht