Schijnveiligheid

Geschreven door Chris op 1 september 2016


Een vluchthaven als Schiphol beleef je in het licht van alle terreurdreigingen toch anders dan voorheen. Waar je vroeger nog problemen had met de privacy van de scanhokjes wil je er tegenwoordig het liefst zo snel mogelijke doorheen, op weg naar de schijnveiligheid.

In de schijnveiligheid wachten Niels en ik op onze vlucht naar Lesbos. We struinen voorspelbaar door de winkels die wat betreft het assortiment geen verrassingen voor ons in petto hebben. Elk jaar dezelfde koek dus we strijken neer bij een barretje voor een kop koffie en een kop thee. Ik moet nog wakker worden.

In het vliegtuig zit ik nog steeds in mijn brakke slaapmodus dat de instructies van de stewardessen volledig langs mij heen gaan en ik dus niet weet wat ik in geval van nood moet doen. Volkomen onvoorbereid lig ik te soezen in mijn stoel tot ik ineens een ijselijke gil hoor: help! HELP!

Verschrikt kijk ik om mij heen en zie al snel waar het vandaan komt. Alle gezichten in het vliegtuig zijn dezelfde kant op gericht, iedereen is klaarwakker. In paniek staat een vrouw in het gangpad en gebaart heftig. ‘Help! Help!’, schreeuwt ze. Dan zie ik pas echt wat er aan de hand is.

Achter mij ligt een man met een asgrauwe blik levenloos in zijn stoel. Zijn ogen draaien op gruwelijke wijze in zijn oogkassen en hij lijkt niet meer op deze wereld te zijn. Al snel staan er twee, drie, vier stewardessen bij de man en proberen ze hem weer in de werkelijkheid te krijgen. ‘Roland, Roland, wordt nou toch wakker’, huilt zijn vrouw.

‘Is er een dokter of iemand met medische ervaring in het vliegtuig? Wil hij of zij zich dan bij ons melden, alstublieft?’, klinkt er door de luidsprekers. Het bericht is nog maar net uitgesproken of een verpleegkundige meldt zich. Ze stelt de nodige vragen en komt met een plan de campagne.

Met een groepje wordt de man uit zijn stoel gelicht en in het gangpad gelegd. Hij krijgt een instant suiker boost middels een blikje cola en ze proberen zijn hoofd te koelen. Af en toe vang ik een glimp op van zijn levenloze lichaam, maar het lijkt erop dat de strijd nog niet gestreden is. ‘Kunnen we een tussenlanding maken’, vraagt zijn vrouw in paniek. De stewardess knikt.

De man wordt verplaatst naar de achterkant van het vliegtuig en dat is het laatste wat wij van hem zien. Af en toe vangt iemand wat van hem op, maar de tussenlanding blijft uit. We gaan er gemakshalve vanuit dat het beter gaat, maar als we geland zijn in Lesbos, komen de man en vrouw niet naar buiten. We vertrouwen erop dat alles goed is gekomen en hoe verder we van het vliegveld geraken hoe verder weg de gebeurtenis lijkt. Af en toe denken we nog aan de beste man en hopen dat het echt goed is gekomen. Pas op de laatste dag krijgen we die bevestiging. Gelukkig.


Plaats een reactie

Velden gemarkeerd met een * zijn verplicht