Reyjavik – Vatnajökull (1)

Geschreven door Chris op 31 augustus 2012


REYKJAVIK – Vreemd werd ik aangekeken als ik vertelde dat ik in één dag een reis naar de Vatnajökull wilde maken. De plek waar de Grímsvötn in 2011 uitbarstte en een groot deel van IJsland in de as legde. Dat was onmogelijk te doen. Zeker voor iemand met de rijervaring van een rijbewijs-maagd. Al drie jaar dat roze pasje op zak, maar nooit verder dan Utrecht gekomen. Schaamteloos. Voor al die mensen – en met name mijzelf – ben ik plankgas richting Skaftafell gegaan. Zal jullie eens een poepie laten ruiken en hoe!

Geen tijd te verliezen. Zeker niet vandaag. We zaten daarom al vroeg in de ontbijtzaal. Er was een hoop lekkers aanwezig en ook het ontbijt was best te pruimen. Niets is zo leuk als mensen kijken tijdens het eten en dat hebben we dan ook gedaan totdat de toast en vruchtensap de weg naar onze maag had gevonden. Het was tegen half tien (9:30) toen we Reykjavik verlieten. De tank zat nog driekwart vol, genoeg om in ieder geval in Vik te komen. Seljalandsfoss was het eerste belangrijke punt dat we wilde bezoeken, maar dat lag precies op de route dus dat moest geen probleem worden.

Wat krijg je als je weinig rijervaring en hoogtevrees bij elkaar optelt? Precies! Een gevaar op de weg. Zeker in IJsland. Ik achtte mijzelf volkomen incompetent om de ringweg van IJsland te mogen berijden. Anders dan een werknemer van de IJsland Specialist deed vermoeden, was het asfalt op sommige plekken niet al te best en de afwezigheid van vangrails maakte het er niet beter op. Zeker niet tijdens de afdaling richting Selfoss.

Als een hyperhydrosis patiënt op een slechte dag droop het zweet langs het stuur. Ik hoorde het ze nog zeggen – “Je weet niet wat je ziet. Je kijkt je ogen uit. Het wegdek is op sommige plekken zelfs veel beter dan in Nederland”. Nou ik heb mijn ogen uitgekeken, maar blijkbaar heb ik niet gereden waar dat orgastische asfalt is aangelegd. Maar zoals met alles, ging mijn aanstelleritis ook over en reed ik uiteindelijk vrij relaxt over de rondweg.

Voor ik de grootste uitdaging van de vakantie tegemoet zou gaan, parkeerde ik het rode gebakje op een uitkijkpunt. Ik zou bijna zweren dat het asfalt daar zelfs beter was dan op de weg. Maaike vroeg me het raam even op te zetten en een storm blies door de auto. Het uitkijkpunt was niet afgezet met hekken. Levensgevaarlijk. Nooit van me leven dat ik me buiten de auto zou wagen. Zeker niet met die rukwinden op deze hoogte. Helaas dacht een zeker dame daar anders over en verplichte mij de auto uit te komen. Wat denkt ze wel…

En toen kwam het tot me. Chris, ben je nou een echte vent of niet? Natuurlijk was ik dat! Ik checkte of ik nog kloten had. Check! Check! Dubbelcheck. Ik stapte de auto uit. Elk jaar onderneem ik iets om mijn hoogtevrees te overwinnen. Dit jaar was het met knikkende knieën de afgrond in kijken. Ik stond vastgeklampt aan de auto. Mijn haar wapperde alle kanten op. Voorzichtig zette ik een stap dichter naar de rand toe. Straks val ik nog. Ik zette nog een stap. Of waai ik om. Schuifelend kwam ik dichter bij de rand.

De spanning gierde door mijn lijf, maar werd plotseling overmand door iets anders. Verbazing. Stomme verbazing overmande mij. In plaats van een enorme kloof doemde er voor mij een flauwe heuvel op. Zo’n saai geval waar kinderen nog niet eens voor hun plezier vanaf rollen. Zo’n heuvel zonder uitdaging. Ik lachte en keek Maaike aan. Is dat alles. We maakten wat foto’s en zaten niet lang daarna weer in de auto.

De echte uitdaging begon nu pas. Scherpe bochten, diepe dalen en geen vangrail. Niets hield mij tegen om de afgrond in te storen. Niets, behalve mijn rijvaardigheid. En die was al zo ontwikkeld. Ik vertrouwde mezelf niet zo goed, dus ik deed het rustig aan. Men kon bijna een 45 sticker op mijn reet plakken. Het zweet begon weer te druppelen en de kramp in mijn schouders werd erg. Uiteindelijk reed ik met een halve hartverzakking Selfoss binnen.

… einde deel 1 (lees verder)


Plaats een reactie

Velden gemarkeerd met een * zijn verplicht