Poncho’s en vuurwerk

Geschreven door Chris op 15 april 2012


PARIJS – In mijn leven ben ik nooit met het vliegtuig naar Parijs geweest en ook deze vakantie bracht ik daar geen verandering in. Maaike had ook niet de behoefte het vliegtuig in te stappen, want ze wilde de Thalys wel eens ervaren. Dus anders dan andere vakantie verplaatsen we ons dit jaar met de trein. Voor mij was het al even geleden dat ik de stad gezien had, dus ik was ook wel benieuwd wat ik er zou aantreffen. Vage herinneringen was het enige nog dat ik had. Parijs was niets meer dan een schim.

De ouders van Maaike brachten ons dit jaar naar Amsterdam Centraal, het opstappunt voor deze reis. Kwart voor zes stonden ze al op de stoep om mij op te halen. Een goed uur later waren we in onze hoofdstad. De restanten van de huldiging had zijn sporen na gelaten. Overal om het station hingen oranje ballonnen. Het spoor lag vol met Beessies, de gekleurde verzamelobjecten van de Albert Heijn. Het WK voetbal lag als een spoor van vernieling om het station.

De trein reed nog niet, dus dronken we een kop thee in het pastarestaurant Julia’s. Beide hadden we Rooisbos thee. Het was vrij heet, dus de moeder van Maaike schonk de inhoud over in verschillende bekers om het sneller te laten afkoelen. Het duurde uiteindelijk nog een aardig tijdje voor de thee goed drinkbaar was. Tegen tien voor acht stonden we weer op het perron. Mijn broer belde om mij een goede reis te wensen, terwijl een dame omroep dat de trein vertraging had.

Hans, de vader van Maaike, heeft een enorme passie voor treinen. Hij gaat regelmatig alleen met de trein op vakantie. Dat is een hele uitdaging, maar ook een prachtige ervaring. Wat hem zo boeit zijn de kabels, de diepte van het spoor, eigenlijk alles, de hele ambiance… Enthousiast vertelde hij over zijn passie terwijl we op de trein wachtten. Al tijdens de voorbereidingen van de reis merkten we dat de passie aanwezig door zijn enthousiaste meedenken toen Maaike vroeg wat het verschil was tussen de TGV en de Thalys.

Het instappen gaf wat problemen; het was niet duidelijk wat er met de rolstoel moest gebeuren. Waar mocht ik hem parkeren? Uiteindelijk kwam hij ergens op zijn kop in een rek te liggen. De trein kwam vrij langzaam opgang en had al vertraging door een probleem met de bovenleiding. Dus dat was geen goede start van de reis. Onderweg nog wat problemen gehad. Ter hoogte van Brussel kwamen we nog tot stilstand. In de trein was ook iets met een spa-fles en een e-reader maar dat is ogenschijnlijk uit mijn herinneringen verbannen. De trein was vrij krap en we hadden minder beenruimte dan in een vliegtuig. We wisten het meteen al zeker. Volgend jaar weer met het vliegtuig.

Paris Nord was ons eindpunt. Op het station reden veel bagagewagens. Kom ik onze koffer niet even op de wagen leggen? Het was een immens station, Amsterdam Centraal stelde daar niets bij voor. We moesten naar de metro, dus we zochten de lift. Deze bleek defect. We hadden een groot probleem. Wij keerden om en vroegen assistentie  voordat we de tickets kochten. Achter de balie zat een man, hij was slecht te verstaan en het kostte ons moeite duidelijk  te maken wat we wilden. De man ging overleggen met zijn collega en ze lieten ons een beetje in het ongewisse. Wat zeiden ze tegen elkaar? Waar moesten we heen? Konden we wel bij de metro komen?

Na flink overleg kwam er een Fransman met ons mee. We betaalden de tickets en werden door een poortje gelaten. Met de lift begeleidde hij ons naar beneden, naar de metro. In de lift zeiden we niets tegen elkaar. Ogen wisselen blikken uit, maar het was stil. Doodstil. Ongemakkelijk stil. We wisten niet meer waar we moesten kijken. Het zag er beneden veel armoediger uit. Maar dat is eigenlijk standaard in de metro. Via een loopplank konden we in de metro stappen en reden we naar Chatelet Les Halles. Daar wachtte ons een onaangename verrassing.

De lift op dit metrostation werkte ook niet. En dat betekende dat we een paar trappen zelfstandig moeten beklimmen. Van onderaan de trap keek ik omhoog en bedacht me hoe we zit varkentje zouden wassen. Hoe zouden we omhoog gaan? We bedachten ons dat de rolstoel beter onbewaakt kon staan dan de koffer. Dus ik sleepte de rolstoel de trap op en Maaike bleef beneden bij de koffer. Vervolgens haalde ik de zware koffer op en kwam Maaike mij achterna. Na enige tijd waren we boven. De eerste trap hadden we overmeesterd. We liepen de hoek om en daar stond nog een trap op ons te wachten.

Voor de klim maakten, klom ik de trap op om te inventariseren hoeveel trappen we nog te gaan hebben. Waar moesten we ons op voorbereiden? Zes. Zes trappen moeten we beklimmen voor we daglicht zouden zien. Dus ik sleepte de rolstoel weer naar boven, vervolgens de koffer en daarna kwam Maaike er weer achteraan. Het was heet in de ondergrondse tunnels en het zweet kwam overal vandaan. Met elke trap werd de opgave zwaarder en zwaarder. Opgeven was geen optie, maar het liefst gaf ik er de brui aan. Meteen. Helaas konden we niet in de diepe kelders van Parijs onze vakantie vieren. Al wilden we het, het kon niet!

Zes trappen later konden we door de poortjes naar buiten. Eindelijk. Ik kon geen tree meer zien. Ik was kapot.  Alsof ik de duivel verzocht, want voor ons rees een andere trap op. Gelukkig scheen er aan het einde van de klim daglicht. Parijs was in zicht. Even een diepe zucht en ik maakte me op voor de klim. Boven wachtte ik met de koffer en de rolstoel op Maaike. Vanuit het niets voelde ik iets op mijn hoofd. Daarna op mijn schouder. Drup, drup. “Opschieten”, riep ik naar beneden, “het gaat regenen.” Boven hezen we ons in de poncho’s en op dat moment brak de pleuris los. Gehaast vluchtten we de McDonalds in, wachtend tot de regenbui afnam.

Het bleef gieten. Na een kwartier waren we het zat en besloten we een sprint door de regen te nemen. Dat bleek geen strak plan. Het water liep overal tussendoor. De regen kwam zo hard uit de lucht dat de poncho’s ook niet veel hulp boden. De H&M en de Esprit in. Aangezien de regen nog niet klaar was met Parijs, namen wij een kijkje in de winkel. Maaike herkende sommige kledingstukken uit haar eigen collectie en dat van haar zus. Op de kaart had ik gekeken hoe we moesten lopen. Het leek echt wat zachter te gaan en dus gingen we ervoor. Haastig snelden we in onze poncho’s door de regen. Het natte plastic wapperde aan alle kanten. We gingen stoepje op en weer af.

De kletsnatte poncho zat voor mijn ogen en ik zag vrijwel niets meer. Ik probeerde zo goed mogelijk op de weg te richten. Daarbij moest ik ook oppassen dat de rolstoel niet in een geul terecht zou komen en ik sleepte de koffer ook nog achter mij aan. Het verkeer om mij heen en de regen was niet meer de belangrijkste prioriteit. Behendig en gehaast ging ik de hoek om, de straat in van ons hotel. We moesten de stoep weer af. Maaike kwam veilig op straat te staan, maar de koffer pikte mijn vreemde manoeuvres niet meer en kantelde. Nog een paar stappen sleurde hij op zijn rug over de grond door de diepe plassen. Ik raakte de koffer op en zette de wandeling weer in. Drijfnat kwamen we aan in het hotel. Eerst deed ik de poncho uit en vervolgens checkte we in.

Onze kamer was op de begane grond. Het leek veel op een Amerikaanse motelkamer. We hadden een groot raam met een deur ernaast. Dat was het. De kamer grensde aan een overdekt binnenplein. De kamer was vrij klein en was amper ruimte voor de koffer, laat staan de rolstoel. Dus die parkeerden we op de gang. Tot Maaike’s vreugde was er in ieder geval wel airco aanwezig. Na controle bleek een deel van de inhoud van de koffer goed nat te zijn geworden, dus dat legden we te drogen op het bed en in de badkamer.

Intussen was het opgeklaard en besloten we vast een kijkje te nemen bij het Louvre. Het was immers vrijwel om de hoek. De zon scheen en het was heerlijk vertoeven bij de fontein op het plein. Maaike demonteerde de zitting van de rolstoel, omdat ze vond dat het niet lekker meer zat sinds de regenbui. Het moest anders, maar hoe? Het in elkaar zetten was een stuk moeilijker. De zitting zat te strak of te los. Het was niet goed. In de tussentijd dat Maaike uitvogelde hoe de zitting weer in elkaar gezet moest worden, kom de rest van de stoel drogen en maakte ik nog wat foto’s en filmpjes. Het waaide wel, maar de zon maakte het prachtig weer. Dat was wel een verschil met een paar uur geleden.

Maaike modderde nog even aan met de rolstoel, maar samen kwamen we er wel uit. De verlieten het heerlijke plekje om door te lopen naar de glazen piramides. Het was toch volkomen architectonisch onverantwoord om deze bouwwerken hier op het plein neer te zetten? De piramides boden daarentegen wel ruimte om prachtige foto’s te schieten. Maaike was meer met haar hoofd bij de Eiffeltoren en het vuurwerk. Het was vandaag immer 14 juli, een nationale feestdag voor Frankrijk. En als er ergens vuurwerk te vinden was, dan was Maaike erbij. Zou het mooier zijn dan Scheveningen? Waar ze ook komt, het vuurwerk kan nooit tippen aan dat van Scheveningen. En dat laat ze iedereen maar wat graag weten. Zal deze keer meer onder de indruk zijn?

De architectuur van de piramides kwam ook nog aan bod. Waarom zaten er niet de kleuren van de Franse vlag in verwerkt? Dit was best kaal en lelijk. Strak tegenover het klassieke Louvre. Nee, de kleuren van Frankrijk dat zou kitsch zijn. Of is mooi rood-wit-blauw niet lelijk? Het bracht ons enorme lol hierover te filosoferen, maar we waren ook nog niet klaar met verkennen. Rick en Jerry hadden ons gewaarschuwd dat de tuinen lelijk waren en wat hadden ze gelijk. (1-0 voor Rick & Jerry) Het leek wel een strand. We liepen door tot de volgende fontein, zochten nog naar een mooie hotspot om het vuur werk te kunnen zien en maakten rechtsomkeert.

Verslaafd aan fastfood dat we zijn, was ons eerste etentje van de dag bij de Mac, hoe kan het ook anders? In het restaurant zat ook een zwerver te eten. Of iets dat op een zwerver leek. Het was in ieder geval niet echt goed voor onze eetlust. Zo zonde van die lekkere sateburger. Als dessert een McFlurry die echt niet te zuinig aan het prijs was. Het ijs is in Parijs niet goedkoop, zelfs hier niet. Wat zou het elders wel niet kosten?

Knal! Maaike schrikt op. Vanuit het niets klinkt er buiten een schot. Wat was dat? Was er echt iemand aan het schieten? Of was het iets anders? Dit is toch niet een van de gevaarlijke buurten van Parijs? Na het verkoelende en misschien wel afkoelende ijsje verplaatsen we ons weer naar het hotel. Daar dronken we wat thee en pakte de opgedroogde spullen weer in.

De volgende stop van de vakantie was de Eiffeltoren en het prachtige vuurwerk. Tegen kwart voor negen liepen we naar het boegbeeld van de stad. We arriveerden een uur te vroeg, waardoor we nog een leuk plekje op het pad konden vinden met goed uitzicht op de toren. Maaike schrokt van de grootte van de toren. Zo groot?! We sms’ten Jerry en maakten foto’s terwijl we wachtten op het vuurwerkspektakel. En ineens begon het. Franse Chansons speelden en het vuurwerk kwam op het ritme van de muziek achter de toren vandaan. Dit was echt wat voor Jojk, de vriend van Marije. Het was een prachtig gezicht, maar mooier dan Scheveningen…?

Vlak voor middernacht (lees: half twaalf) was het feest voorbij en liepen we weer terug naar het hotel, waar we ongeveer anderhalf uur later aankwamen. Daar poetsen we onze tanden en doken we het bed in. Het was een lange en vermoeiende dag geweest en morgen stond er weer een hoop op het programma. En met de herinneringen aan vandaag bleef er een woord maar steeds uit onze monden klinken: voiture.


Plaats een reactie

Velden gemarkeerd met een * zijn verplicht