Het mooiste ooit

Geschreven door Chris op 14 april 2012


LONDEN – Uitslapen was er niet bij tijdens de reis. We gingen vroeg uit de veren. Letterlijk veren, de metalen versie. Pijnlijk. Iedere ochtend met spierpijn uit bed. Zo kreupel als ik ging slapen, zo kreupel kwam ik niet uit bed. Het was allemaal veel erger. De ontbijtzaal was vlak naast onze hotelkamer en dat kwam zeer gunstig uit. Geen gedoe met trappen, rolstoelen of ander soort ellende. Lekker kalm vanuit de kamer naar de eetzaal. Aan tafel zaten al enkele gasten en we waren heel benieuwd wat het Hotel ons te bieden had. Verse broodjes? Eitje? Bacon? Nee, niets van dit alles.

Ergens achterin stond een tafel met daarop drie broodroosters. Daarvoor stond een bak met twee soorten brood. Je raad het al… rood en blauw. Oh, nee. Bruin en wit. Dat moesten we dus zelf roosteren. Hoezo primitief. Maar goed, na mijn kampeer vakantie in Polen kon ik alles aan. Dus ook brood roosteren.

Met de toast in de hand liep ik, na tien minuten wachten, weer naar de tafel. Mensen keken mij aan. ‘Wat met die jongen nou met zoveel brood?’ Ik negeerde ze en liep verder. Nog een paar keer moest ik heen en weer lopen voor de thee, sinaasappelsap en jam.  Meer was er ook niet te krijgen. Nou, ja. Een paar afgedankte granen in de vorm van Muesli en Cornflakes. Dat was ons ontbijt.

Maaike en ik propte ons vol tot we niet meer konden. Het zweet gutste van onze kop, terwijl de in aluminiumfolie verpakte airco bromde op de achtergrond. Het was afzien. Niet alleen om die droge toast naar binnen te werken, maar ook het doorstaan van die verrekte hitte. We waren dan ook weer blij dat we snel weer op onze koele kamer waren.

Vlug pakte we onze spullen en liepen naar de veel te kleine lift. Maaike drukte op het knopje. Zoals we gewend waren duurde het even voor de lift kwam. Intussen proefde ik een wat ongewone smaak in mijn mond. Een smaak die ik vlak na het eten niet herkende.  “Shit, ik ben vergeten mijn tanden te poetsen”, riep ik. Maaike zuchtte en gebaarde dat ze het ook vergeten was. Dus gingen we snel op en neer van de lift naar de kamer en weer terug. En wederom moesten we weer wachten na het indrukken van de knop.

Na een ritje met de lift en de rolstoel kwamen we weer bij Paddington station en kochten daar twee dagkaarten voor de bus. Maaike had uitgezocht dat we bus 15 moesten hebben. Netjes hielden we de bus aan. “We are you going?” vroeg de buschauffeur. “Tower Bridge”, antwoordde ik. De man schudde zijn hoofd. We herkende het gebaar. We moesten aan de overkant van de weg zijn. Zucht.

Geïrriteerd liep ik met Maaike in de rolstoel naar de overkant. Na tien minuten kwam de bus. Met het geluid van een vrachtwagen die achteruit rijd, kwam er een loopplank uit de bus. Ideaal. Het kostte daarom ook geen moeite de bus in te komen. Na een hobbelig ritje kwamen bij de Tower Bridge. De wandeling kon beginnen.

Rustig liepen we richting the Tower of London/ Tower Bridge en daar ondervonden we het eerste obstakel al: trappen. Maaike manoeuvreerde zich uit de rolstoel. Vervolgens klom zij omhoog en ik sleurde de rolstoel over de treden naar boven. In een mum van tijd stonden we kant en klaar bovenaan.

De Tower Bridge was duidelijk zichtbaar, dus we wisten precies waar we heen moesten. Op de brug waaide een klein briesje. We maakte wat foto’s hier en daar. Ik probeerde zelfs nog bij beroemde New York foto te overtreffen, helaas zonder succes. Honderd foto’s verder waren we aan de overkant en liepen we Tooley Street in. Tijd voor de kaart vond Maaike. Ik vertrouwde nog steeds op mijn niet werkende falend richtingsgevoel. En het werkte nog steeds.

Al gauw kwamen we langs the London Dungeons en een beeld van een blote man. Foto! Over hobbelige weggetjes vervolgden wij onze reis richting Tate Modern. Het duurde even, maar na een lange wandeling kwam het immens grote gebouw in ons vizier. Het koste even voordat we de juiste ingang gevonden hadden.

Ongeduldig keek Maaike op haar horloge. “ We moeten wel op tijd bij Westminister Abbey zijn.” Ik knikte. Met sneltrein vaart toerde ik over de eerste verdieping, maar dat bleek al gauw niet te werken. Dus besloten we selectief te werk gaan. Naast de lift hing een bordje. We keken ernaar en keken ernaar. De conclusie was dat op verdieping drie en vijf het meest interessante te vinden was. En we kregen geen ongelijk.

De Waterlelies van Monet hingen glorieus aan een van de muren. Ook de kus van Rodin pronkte in de zaal. Toen ik het kunstwerk van Marcel Duchamp zag werd ik wild. Verhalen van mijn kunstgeschiedenisdocente doemde op in mijn hoofd. Een echte Duchamp. Ik kon wel gillen van enthousiasme. Ik baal er nog steeds van dat het niet op de foto staat.

Na Tate Modern was het tijd om verder te wandelen. Het oog van Londen was onze volgende stop. Het duurde lang voordat die in beeld was, terwijl we hem de avond ervoor gewoon konden zien vanuit Kensington Garden. Het verbaasde ons. Weird. Vanonder een viaduct rees het ding op. In de verte zagen wie iets dat leek op een fietswiel met dopjes. We kwamen steeds dichterbij en het wiel werd groter en groter.

The Eye of London was een enorm reuzenrad van British Airways. Tientallen bezoekers stonden in de rij. Twijfelend vroegen we ons af of wij ook in die rij wilde staan. Toch maar niet, besloten wij. Er was nog genoeg te doen.

Aan de overkant van de Thames zagen we de Big Ben en daarmee ook het House of Parlement. “Dit is echt het mooiste dat ik ooit heb gezien”, zei Maaike enthousiast en nam een paar foto’s. We kwam steeds dichterbij en namen ook steeds meer foto’s. Totdat we er voorbij waren en Maaike de Westminister Abbey zag. Haar eindbestemming, de plek waar ze de hele reis al heen wilde.

Bij de ingang begon Maaike een lulverhaaltje op te hangen en toen mochten we gratis naar binnen. Helaas was het niet goed begaanbaar met de rolstoel, dus Maaike heeft nog stukken moet lopen en flinke hobbels gepasseerd. Gelukkig kwamen we er heelhuids uit en hebben we mooie dingen gezien, ondanks dat ik niet veel heb met deze Abbey.

Nadat we Westminister Abbey achter ons gelaten hadden zijn we naar Picadilly Circus/West End gelopen. Onderweg kwamen we nog wat dingen tegen, zoals de rode telefooncellen. Prachtig en typisch Londen. Ook stond er midden op de weg een monument voor de vrouwen van de Tweede Wereldoorlog. Dat moest natuurlijk ook op de foto. En een stoer soldaatmannetje te paard.

De volgende stop had wat weg van het New Yorkse Broadway. Allemaal lichtreclame en in elk gebouw werd wel een andere musical gespeeld. Tijd om een kijkje te nemen, hadden we niet. Direct gingen we door naar Regent Street, de straat waar volgens Stéphanie de mega speelgoedwinkel Hamley’s zat.  En welja, ze had ook nog gelijk.

Binnen gekomen keken we even rond en vroegen vervolgens naar de Buil-a-bear Factory. We moesten naar de tweede etage. Maaike en ik besloten onze eigen beer maken.  We kozen beiden een prachtige, ongevulde bruine beer. Deze werd gevuld met wit spul en daarmee mochten we ook helpen. Armen, benen, het hoofd en de rest van het lichaam werden gevuld. De donkere vrouw keek ons hoopvol aan. “ Is he cuddely enough?”

Afwachtend keek ze toe hoe we de beer een knuffel gaven. We knikten. De donkere vrouw lachte en wees naar een bak met hartjes. Ik koos een mooie rode, Maaike een met ruitjes. De laatste vrouw vroeg ons het hart warm te maken tussen onze handen, het een kus te geven en een wens te doen. Vervolgens stopte ze het hartje in de beer en naaide hem dicht.

Bij de computer mochten we de beer nog een naam geven en een geboortedatum. Heel cool. Bij het afrekenen kregen we een geboortebewijs. Dus nu hebben we net als Elianne, het zusje van Stéphanie een echte Hamley’s beer. Persoonlijk door ons verwekt en benaamd. Is dat niet stoer.

Snel werden we de winkel uitgestuurd door een Harry Potter fan. Ze kon onze knorrende magen niet uitstaan, maar vooral omdat ze vreesde voor de dood van onze geliefde tovenaarszoon. Haastig liepen we naar Oxfort Street en hebben we gegeten bij een Wok Center. Het was lekker maar veel.

Vanaf Oxfort Street zijn we weer naar het hotel gelopen. Daar hebben we foto’s bekeken. Vanaf de verdieping boven ons kwamen gekke geluiden. Hard gebonk en gepiep. Al gauw kwamen we tot de conclusie dat de bovenburen aan het seksen waren. Maaike dacht eerst tegen de deur en vervolgens tegen het raam.

Beiden kwamen we niet meer bij van het lachen. Het kon gewoon niet anders. Pubers dat we waren, we bonkte gewoon terug. Wel nep dan. Maaike versprak zich zelfs nog en daardoor moesten we nog harder lachen. “Chris, wij moeten ook zoiets leuks als de buren doen.” Pas toen we uitgelachen waren, realiseerden we ons dat boven ons geen kamer zat, maar de receptie.


Plaats een reactie

Velden gemarkeerd met een * zijn verplicht