Londen, een eerste keer…

Geschreven door Chris op 13 april 2012


LONDEN – Slaapdronken stapte ik uit mijn bed. Versuft keek ik om mij heen en schudde met mijn hoofd. Geen tijd om moe te zijn. Binnen tien seconden was ik klaar wakker. Het rode licht van mijn radiowekker gaf aan dat het pas vier uur in de morgen was. Ik haalde mijn schouder op en pakte het scheerapparaat van mijn bureau. De ijskoude metalen hakmessen zette ik tegen mijn wangen en op volle kracht werden de baardhaartjes één voor één losgesneden en naar binnen gezogen. Rustig liep ik door mijn kamer en bewoog intussen het scheerapparaat over mijn gezicht. In de hoek stonden twee tassen. Met mijn linkervoet struikelde ik zowat over mijn tas en door mijn jarenlange struikelervaring wist ik mij gelukkig in balans te houden.

Een scheerbeurt later waste ik mijn gezicht en liep naar de keuken voor een voortreffelijk ontbijtje. Het broodje pindakaas smaakte naar meer. Maar ik hield mijn poot stijf. De volgend maaltijd at ik wel op het vliegveld. Dus het enige dat er voor mij opzat was tandenpoetsen. Energiek huppelde ik de trap op en poetste mijn tanden in de badkamer. Dat kleine hokje naast de slaapkamer van mijn ouders.

Nadat iedereen ontbeten had en in de kleren gestoken was, konden we vertrekken. Helaas nog niet naar schiphol, want Maaike moest nog op gehaald worden. Dus zo gezegd, zo gedaan. Om half zes stonden we bij Maaike op de stoep. De rolstoel en haar bagage werden de auto ingeladen en zo kwam het moment dat we eindelijk naar Amsterdam konden vertrekken. De ouders van Maaike namen afscheid en wuifden ons toe totdat wij de straat uit gereden waren.

De snelweg was echt snel weg, want we waren er ook zo over. Een uurtje later stonden we bepakt en bezakt op schiphol. Maaike en ik hadden het geluk dat het niet lang duurde voordat we konden inchecken. De vriendelijke tante achter de balie zei dat we de rolstoel tot de ingang bij ons mochten houden. Een hele opluchting voor Maaike.

Nadat de koffers gelabeld waren en niet meer in ons zicht waren, hebben Maaike en ik met mijn ouders nog wat gedronken. Koffie voor mijn vader, cappuccino voor mijn moeder. Het standaard recept bij elke barretje.  Maaike en ik namen hetzelfde, namelijk Pepsi Max. Heel interessant om te weten.

En ook aan deze samenkomst kwam een einde. Maaike en ik namen afscheid van mijn ouders en verdwenen door de douane, waar ook twee dansende tuthola’s plasticzakjes aan het promoten waren.  Zoals de dansen mimi’s uit ons zicht verdwenen, verdwenen ook mijn ouders uit het zicht. Voor ons doemde een enorm winkelcentrum op. Een glimlach verscheen op mijn gezicht. Eindelijk weer naar die fantastische boekenwinkel.

Helaas verdween die glimlach al gauw. De boekenwinkel was nergens te bekennen. Dit gedeelde van Schiphol herkende ik niets eens. Alles leek nieuw en was onbekend. Paniek. Gelukkig hervond ik mijn oude motto – rijden met de wielen die je hebt – weer terug. Want roeien deden we niet op Schiphol. Van hot naar her liep ik met die rolstoel en de tijd vloog voorbij en voor we het wisten, stonden we al weer in de rij bij de controle.

Een enorm alarm ging af toen Maaike door het detectiepoortje ging. Gelukkig was er niets aan de hand. De douanebeambten wisten waar het aan lag, namelijk: de rolstoel. Van alle kanten werd Maaike betast en gefouilleerd. Drugs en bommen werden niet gevonden. Een hele opluchting. We zouden maar ontdekt zijn. Zitten we daar de hele week in het gevang, terwijl er in Hotel Prince William op ons gewacht word. Dat zou wat geweest zijn. Oei, oei.

Na de douane mochten we meteen het vliegtuig in. We kregen voorrang. Van de stewardess met het hoedje mochten we in onze rij bij het raam zitten. Dat zag Maaike wel zitten. Dus ze schoof een plekje op. Naast ons ging een wat dikkere vrouw zitten.  De zitplaatsen om ons heen werden snel gevuld en binnen een mum van tijd zat het toestel vol.

Intussen tuurde Maaike door het raam en zag hoe onze tassen het ruim in gingen. Ook zagen we de rolstoel naar binnen gaan, maar het kussen viel af. Maaike begon zich nerveus te maken. Ze zouden het kussen toch niet vergeten. O,jee. Paniek. Drama. Gelukkig werd het kussen opgepakt en Maaike kon weer rustig ademhalen.

Jammer genoeg was deze rustige ademhaling niet voor lang. Na een korte periode maakte het vliegtuig steeds meer snelheid. Maaike’s gezicht vertrok. Harder en harder snelde het toestel over de startbaan. Met klamme handen hield ze zich goed vast aan de armleuning. De wiel kwamen van de grond.

“We zijn in de lucht.”, zei Maaike. Ik knikte en probeerde niet uit het raam te kijken. Helaas lukte dat niet goed, omdat Maaike steeds naar de ontwikkelingen van de vleugel wees. Daardoor dwong ze mij steeds naar buiten te kijken. Het stelde haar wat meer gerust, maar mij absoluut niet.

Het doemscenario uit het verhaal was niet van toepassing en de BMI airbus landde veilig op Heathrow. We waren blij dat we eindelijk in Londen waren. De zon scheen en de jassen gingen uit zodra we het vliegtuig uit waren. Een sympathieke man wachtte ons op. Hij hielp Maaike de rolstoel in. Het ging allemaal heel vlotjes. “ De mazzel”, zei de Engelsman en nam afscheid. Volgens scheurde ik met Maaike door de Gate en de terminal, op weg naar de koffers. We hadden ze snel gevonden en bewogen ons naar de Metro’s – of The Underground zoals de Engelsen zeggen.  Een klein irritatiepunt was dat de poortjes te krap waren voor de rolstoel. Maar zoals gezegd word, is er voor elk
probleem een oplossing. En dat klopt, want ook voor dit probleem kwam de oplossing gauw. Via een omweg konden we toch kaartjes kopen.

De volgende stap was de Metro. En hopla we waren er ook zo in. De timing was perfect, want vanuit de lift kon ik Maaike zo het voertuig naar binnen rijden. Een uur en een overstap op Earl’s Court later, stonden we op Paddington Station, het meeste rolstoelonvriendelijke metrostation van Londen. Met veel moeite kreeg ik zowel de rolstoel als de vier zware tassen boven.

Mijn onbetrouwbare richtingsgevoel liet mij vandaag volledig in de streek en ik had dus vrijwel meteen het hotel gevonden. Het was vreselijk dichtbij. Eng gewoon.  ‘S nachts kon ik er gewoon niet van slapen. Geen idee hoe ik dat toen al wist, want ik was het hotel nog niet binnen geweest. Ik stapte net het hotel binnen.

Maaike reed naar de balie en wilde inchecken. De man keek naar haar rolstoel en krabde achter zijn oren. “ Ik denk dat het niet gaat passen.”, zegt hij en beloofde ons een andere kamer. De beste. Afgepeigerd liet ik mij in de lobby op een bank vallen. Het interieur oogde luxe. Dat beloofd wat, dacht ik.

Omdat we nog niet op de kamer mochten, besloten we naar Oxfort Street te lopen. Toen de receptionist daar lucht van kreeg, begon hij te steigeren. “ No, no. Do not walk to Oxfort Street. Take the bus.” Zijn advies sloeg ik eigenwijs in de wind en ik besloot naar Oxfort Street te lopen. En mijn eigenwijsheid werd beloond. Het was helemaal niet ver, het kostte mij slechts een half uurtje.

De rest van de dag hebben we HMV’s en Virgin Megastores afgelopen. Ook Marks & Spencers werd met een bezoekje beloond. Al snel had ik mijn halve verlanglijst al gekocht en had shoppen de rest van de week geen zin meer. Dus de plannen werden omgegooid. Maandag hadden we geshopt, dus dinsdag was bedoeld voor de grote, gigantische, ontzettend lange, maar ook ontzettend leuke wandeling langs de Thames, dé rivier van Londen.

Wat we woensdag zouden gaan doen, was slechts giswerk. Intussen knorden onze magen als magere speenvarkens en was het voedertijd. We besloten een klein overdekt winkelcentrum binnen te gaan. Daar werden we aangehouden door een donkere kerel. Zowel Maaike als ik moesten onze handen inzepen met Dode Zeezout .  Het effect was een bak water met een boel rommel en enorm prikkelende handen. Bijtend zelfs. Met die tintelende handen gingen we naar boekhandel WHSmith.

Het knorren begon de anderen in de winkel te irriteren en zijn we uit nood maar naar boven gevlucht. Daar zijn we, hoe kan het ook anders, terecht gekomen bij de McDonalds. Lekker en goedkoop. Op de terugweg trok de lucht dicht en begon het te hozen. Boekhandel Borders diende even als droog onderkomen, maar toen moesten we er toch aan geloven. Gehuld in plastic Poncho’s liepen we door de regen over Oxfort Street, terug naar het hotel.

Een nieuwe kamer was voor ons geregeld en wel in de kelder. De lift die amper ruim genoeg was voor twee personen, werd nog eens volgepropt met vier tassen. Hortend en stotend bewoog het apparaat zich naar beneden. Met een flinke klap kwam het ding tot stilstand. Haastend vluchtten we de lift uit, onze kamer in. Het hok was net groot genoeg voor twee bedden, een nachtkastje en een miniatuur badkamer.

Toch was het heerlijk om even op bed te liggen, even bijkomen. Mijn benen waren vermoeid en waren doordrongen van de spierpijn. Ik kwam pas volledig tot rust toen ik een ijskoud voetenbad had genomen. Dat gaf mij weer genoeg energie om nog even te lopen en dat deden we dan ook.

Toen de schemering zijn intrede deed, zijn we nog even door Kensington Garden gelopen. Mooie fonteinen, prachtige bomen en een bronzen Peter Pan-beeld zijn we tegen gekomen. Aan het einde vonden we nog een memorial fontein van Diana. Heel mooi, maar helaas al gesloten. Lichtelijk teleurgesteld liepen we weer terug. Het was tijd om naar bed te gaan. Al duurde het wat lang om in slaap te komen, omdat een stel Afghanen voor ons raam stonden te discussiëren.


Plaats een reactie

Velden gemarkeerd met een * zijn verplicht