IJsland 1: Preview

Geschreven door Chris op 30 augustus 2012


REYKJAVIK – Ken je die uitdrukking op iemands gezicht waarbij hij kijkt alsof hij het in Keulen hoort donderen, maar eigenlijk geen flauw benul heeft waar Keulen ligt en of het geluid daadwerkelijk daar vandaan komt? Zo’n half geschrokken kop waarbij zijn ogen bijna op zijn kin hangen en er alleen nog maar babygeleuter uit zijn mond sijpelt? Een gezicht alsof hij door een betonmolen is gehaald en net een hoop zuur heeft gegeten. Als je het meegemaakt hebt, weet je precies waar ik het over heb.

Dat was nou precies de uitdrukking die mensen op hun gezicht hadden als ik vertelde dat ik naar IJsland op vakantie ging – gevolgd door een ietwat krampachtige: “goh, wat origineel”. Enthousiasme is blijkbaar al weer zooo 2011. Is het zo moeilijk te bevatten dat ik IJsland prefereer boven een bestemming als Ibiza of een ander seks-drugs-en-rock and roll-eiland?

Zoals elk jaar begint onze vakantie niet met de geneugtes van het doorbladeren van Het Capitool of de Lonely Planet, maar het eeuwige debacle van wie brengt en wie haalt. Het is als lopen in een mijnenveld. Een verkeerde zet en de boel explodeert en dan zitten wij met de puinhoop in de trein naar Schiphol. Je zou er bijna niet meer om durven vragen en gewoon een taxi nemen. Och we leven als arme studenten.

Gooien ze – ik verdenk de regering of een stelletje gefaalde terroristen – het licht in de Schipholtunnel er ook nog uit waardoor we noodgedwongen knetters om moeten rijden en we – lullig voor ze – ook nog eens op tijd op de luchthaven zijn.

Een kruising tussen Gerard Joling, Jos Brink en Hans van de Togt – van het kaliber nichteriger krijg je ze niet – checkt ons in bij de balie van Iceland Air. De vel-over-been steward streelt met zijn hand over mijn rug terwijl hij met een smerige grijns zegt dat we de rolstoel mee mogen nemen tot in de gate. Ik weet zeker dat hij daar om gegniffeld moet hebben. In de gate. Ja, hij grijnsde van oor tot oor waar twee plastic diamantjes in schitterden.

Om de betere service in stand te houden heeft Icelandair besloten geen eten meer te verstrekken tijdens de vlucht. Val je flauw? Dan moet je maar even wachten tot de landing of een brute 7 euro neertellen voor een microscopische kleine mini hamburger. De service was echter ver te zoeken net als de vluchtinformatie op onze persoonlijk beeldscherm dat doordrenkt was van de mankementen. (Tot mijn grote verbazing kregen we wel te eten –  Skyr (Skeer), een IJslandse delicatesse.)

We hebben nog maar net een voet aan de grond gezet of het gedonder begint al. Tussen het scala aan verhuurbedrijven is die van ons in geen velden of wegen te bekennen. Zijn we opgelicht? Hebben we ruim 200 euro aan een stelletje zwendelaars gegeven. Zoekend loop ik de aankomst hal in en wurm me tussen de klont aan koffers en toeristen. Het talent van mensen om in de weg te lopen, wordt goed ingezet. En het kost me dan ook enige moeite mijn naam tussen de tientallen bordjes te vinden. Chris Hoogeveen.

We krijgen een escort van een niet zo spraakzame – zeg maar gerust zwijgzame – IJslandse jongen. Ik vraag me af of hij onbeschoft is of dat zijn stembanden verwijderd heeft. Iemand met een beetje sociale ontwikkeling zou toch op zijn minst vragen hoe de vlucht is geweest – waarbij Maaike hem dan op zijn fout zou wijzen dat het belangrijker is dat de landing goed gaat en dat een hobbelige vlucht niet zoveel uitmaakt. Je kan nog zo’n fijne vlucht hebben als de landing verkeerd gaat, kun je niet meer vertellen hoe goed de vlucht is geweest. Wees daarom maar blij als je kunt navertellen dat de vlucht een grote verschrikking was. Het zou erger zijn als je niet eens konden delen hoe goed de vlucht was verlopen.

Een rode Hyundai i10 staat op ons de wachten. Dit keer zijn de rollen omgedraaid. Niet Maaike is de escort, maar ik ben degene die door IJsland mag gassen. Na het tekenen van de overeenkomst, het platleggen van de achterbank en het volstouwen van de auto, draai ik met de rode bak de weg op.

Maaike neemt haar rol als kaartlezer serieus. Als we na een klein uurtje in Reykjavik het Hofdi huis gepasseerd zijn, maant ze me de auto aan de kant te zetten. We zijn verkeerd gereden. Een klein beetje maar. Maar het is verkeerd. We moeten terug. Na een beetje omrijden komen we bij hotel Björk aan. Alles en echt alles wat men over het hotel heeft gezegd is waar. Het is godsgruwelijk lelijk aan het buitenkant, maar de binnenkant is best te pruimen.

Achter de receptie zit een rossige IJslander. Hij staart een beetje uitdrukkingsloos voor zich uit waardoor het pak dat hij aan heeft veel te chique voor hem lijkt. Het inchecken gaat makkelijk, het betreden van de lift echter een stuk minder. Een kluizenaar zou er spontaan claustrofobisch van worden. Een pashokje is nog ruimer. Het doet me erg denken aan het hok in Londen alleen een stuk gevaarlijker. Als een verticale guillotine knallen de deuren dicht zodra je de lift in wil stappen. Met een klap wordt Maaike in haar zij geraakt en naar binnen gewerkt. Weer een blauwe plek (en zeker niet de laatste). Nog nooit heb ik zulke agressieve liftdeuren gezien. Misschien moet Dick Maas hier maar het vervolg van De Lift opnemen.

Een advies voor iedereen die naar IJsland gaat. Doe het niet. Doe het echt niet. Vraagt het niet, begin er niet over. Ik geef je dit advies. Steek het in je zak en gebruik het als je het nodig hebt. Vraag er nooit naar, want voor schud zal je staan. Dat beloof ik je. Je mag dan van een frietje houden of een lekkere Big Mac, maar vraag het ze niet. Vraag die IJslandse mensen niet waar je de McDonald’s kunt vinden. Het is als vloeken in de kerk. Als er iets is waar ze op neer kijken is het de Mac en dat hebben we geweten. Het is zelfs zo erg dat de Mac zich heeft moeten terugtrekken. Daarom zijn we naar de KFC gegaan, waar ze bovendien nog echt IJslands kippenvlees gebruiken. Wat een verschil is dat met echt plofkippenvlees.

Geen ijs als toetje maar een verrukkelijke tocht door Reykjavik. Met de auto scheuren we nog even door de rommelige woonwijken, de nog rommeligere haven en we stoppen even bij de supermarkt. De Bonus. Even checken waar we morgen boodschappen kunnen doen. Wat we nog niet weten is dat we deze supermarkt nooit van binnen zien. Vervolgens maken we nog een pitstop bij het metalen Vikingschip op de kade en het zwarte strand bij de vuurtoren. Terug bij het hotel duiken we nog even de stad in om bij de 24-uurs winkel een boodschap te morgen. Dan vroeg naar bed. Morgen ruim 600 kilometer voor de boeg. Op naar de Vatnajokull.


Plaats een reactie

Velden gemarkeerd met een * zijn verplicht