Hollister Horken

Geschreven door Chris op 15 juli 2014


De duisternis was gekomen. Het licht was mij ontnomen en ik was genoodzaakt mijn weg op eigen kracht te vinden. Met een zaklamp in de hand keek om mij heen. Het was pikdonker. Alleen in mijn directe omgeving zag ik contouren. Waar moet ik in vredesnaam naar toe? Op de tast vervolgde ik mijn weg langs hoge kasten, smalle tafels en klassieke stoelen. De ramen waren dichtgetimmerd met zogenoemde luiken en het was benauwd binnen. Van alle kanten voelde ik mij bekeken, maar ik zag geen ene flikker. Met mijn zaklamp scheen ik in het rond en schuifelde voorzichtig door het doolhof. Overal waar het licht op viel, volgde er geschreeuw. De prijzen konden niet anders, de kleuren waren niet anders en de Hollister-zielen die door de winkel dwaalden konden alleen maar wensen dat ik mijn vurig licht spoedig doven zou. Mijn zoektocht kwam na een flinke worsteling ten einde en ik vond mijn weg naar het stalende middelpunt van de winkel: de toonbank. Het moest een baken van goddelijkheid zijn, waar gespierde mooiboys je nog even een gelukzalige ervaring geven voordat je voor eeuwig neerstort in de krochten van je minderwaardigheidsgevoel. Hoopvol stond ik te wachten tot een van de mannen zich in slow motion zou omdraaien – zijn gouden lokken schitterend in het schaarse licht – terwijl hij heel stoer doch vriendelijk met een zachte ‘G’ goedendag zouden zeggen. En dat ik vervolgens met mijn volle gewicht door mijn benen zou zakken en brabbelend in mijn eigen speeksel tegen het kromgetrokken laminaat zou klappen. Het kwijl lekte echter nog net niet langs mijn lippen, druppelend op de houten vloer. Al was dat niet omdat ik bevangen was door een overweldigend gevoel van euforie. Integendeel, ik stond eerder te schuimbekken als een agressieve pitbull met rabiës. In de vijf minuten die waren verstreken – en ik in mijn fantasie elk mogelijk scenario de revue had laten passeren – was er aan de overkant nog niets gebeurd. Het kledingstuk was nog steeds onaangeraakt. Ongeduldig stond ik met mijn armen over elkaar. Afwachtend. Maar er gebeurde niks in het systeem van het personeelslid van Hollister – verkoper kon je het amper noemen, laat staan een medewerker. Ineens greep de arm van de voorste jongen op de tast naar het item dat ik voor hem had neergelegd. Hoe hij het deed, was mij een raadsel. Er was geen oogcontact, geen hallo, niets. Het was een wonder dat hij het kledingstuk in deze godvergeten darkroom kon vinden. Met veel tegenzin scande hij het artikel. Ik hoefde nog net geen pistool tegen zijn slaap te houden. Ik vraag me af of hij wist dat er klanten voor zijn neus stonden of dat hij dacht dat er zomaar spullen uit de winkel verschenen en dat hij die maar moest afrekenen als het hem zinde. Volgens mij heeft hij slechts een regel van zijn functieomschrijving onthouden: mooi zijn. En zelfs daar slaagde hij niet eens in. Gelukkig hoeven ze maar een kledingstuk per dag te verkopen om een dagloon te verdienen. En zelfs dat leek een onmogelijke opgave. Voor sociale interacties wachtten ze zeker op loonsverhoging? Of moet er een plastisch chirurg bij de ingang staan die eerst je kop verbouwd zodat je aan hun kwaliteitseisen voldoet? Voor een moment begon ik aan mezelf te twijfelen. Voldoe ik niet aan die eisen? Heb ik de huisregels gemist? Ik ben toch binnengelaten. Het is toch een onderneming dat een poging doet tot winstbejag? Willen ze dan niks verkopen? Alleen schoonheid? Het scannen van de koopwaar ging totaal buiten mij om. In mijn overpeinzingen van mijn ergernissen raakte ik verstrikt in mijn eigen gedachten. De jongen was inmiddels weer druk in gesprek met zijn collega, al kon ik niets opmaken uit het eeuwige gesmoes. De klantvriendelijkheid was ver te zoeken. Zelfs de pinautomaat was nog socialer dan de zogenaamde medewerkers. Geërgerd keek de jongen even vanuit zijn ooghoeken onze kant op. Was dat het contact waar ik op wachtte? Nee, het was mijn cue om te betalen. Nog even probeerde er een vriendelijk glimlacht uit te persen, maar het lukte voor geen meter. En als ik het wel tot een succes had gebracht, maakte dat toch niet uit. Ze waren immers nog steeds druk in gesprek over de fashionable gaylife van Antwerpen. Bla, bla, sportschool, bla, bla, seks, bla, bla, schoonheid, bla, bla, ik ben fantastisch, bla, bla. Kots. Ik voelde een Miranda Hart-momentje opkomen waarbij ik mijn verbazing in de camera zou uitspreken. This is – what I call – incredibly rude behavior. Ik haalde mijn ogen op, maar plotseling werd mijn aandacht getrokken door een onverwachte piek in activiteit bij de kassa. Alsof ze een steniging hadden ingezet werden mijn kledingstukken in de tas geworpen. Het scheelde niet veel of de bodem werd uit de papieren zak geslagen. De energie die ze in die agressie stopten, hadden ze beter kunnen steken in een cursus klantvriendelijkheid. De koopwaar zat nog maar amper in de tas of er werd definitief korte metten gemaakt met het schijnidee van sociaal contact. De arrogantie pur sang keerde ons de rug toe en ging diep – en luid -in gesprek met zijn collega. De tas op de toonbank – met het evenbeeld van Hollisters gemaakte perfectie – kreeg een zetje. Een zetje? Een zetje met het idee: meenemen en oprotten. Mijn bek viel open, wagenwijd. Je kon er haast een auto in parkeren. Wat een onbeschofte vlerk. Wie denkt hij wel niet dat hij is? Ik kookte, ik kookte haast over. Het had niet veel gescheeld of ik had dat snotjong met mijn tas om de oren geslagen, vol in zijn perfecte gezicht. Ik wilde hem over de toonbank sleuren en hem een blauw oog slaan, zijn gezicht openkrabben of de hele onderbroeken collectie van Hollister door zijn strot duwen. Ik wilde… Ineens zag ik het licht, de uitgang, de verlossing. Chagrijnig beende ik weg bij de toonbank. Ik haalde mijn kleding uit de tas en propte het driftig in mijn rugtas. Ik wilde overal op spugen, zeggen dat hoe lelijk ze eigenlijk zijn of gewoon het licht aan doen. Haat aan Hollister, aan alle Hollister Horken op de wereld. Woest smeet ik mijn lege tas door de winkel – ik wilde keihard gillen – en stormde de winkel uit.


Plaats een reactie

Velden gemarkeerd met een * zijn verplicht