Herrie in het vliegtuig

Geschreven door Chris op 8 september 2018


Waarom heeft een vliegtuig geen stilteruimte, een plek waar je tot rust kan komen? Als ik in de trein mijn medereizigers zat ben, kan ik altijd de stiltecoupé opzoeken. Vluchten naar de rust, naar een plek waar ik mezelf wel kan horen denken. Waarom is er in het vliegtuig niet zo’n plek?

We zaten nog niet koud op onze stoel – tas net onder de zitting, riemen nog niet vast – of onze oren werden geconfronteerd met schelle tonen van een extreem minderjarige medereiziger. Gaan we dit de hele reis in het vliegtuig krijgen: Niels en ik keken elkaar betekenisvol aan en zuchtten. Daar was geen muziek tegenop gewassen.

De piloot verzekerde ons intussen dat de vlucht op alle fronten zou meevallen. Geen turbulentie, slecht weer of tegenwind. Hij was zeker de passagiers in het vliegtuig vergeten mee te nemen in zijn beoordeling. Want zodra de baby het krijsen staakte, kwam er een nieuw, erger probleem aan de oppervlakte. Onze achterburen.

Twee vrouwen en een man van Haagse komaf waren druk met elkaar in gesprek alsof ze in de kantine van de lokale voetbalclub zaten. Het volume was net niet hard genoeg om er meteen iets van te zeggen. Maar wel zo luid dat je ongevraagd toch een anonieme deelnemer werd van het gesprek.

‘Hoe heet ie nou?’, zei de dikke blondine met haar gouden oorringen.
‘Wie?’, vroeg de vrouw naast haar.
‘Die Indische voetballer.’
‘Ik weet wie je bedoelt’, zei de man die aan het gangpad van het vliegtuig zat en noemde een naam.
‘Nee, nee’, antwoord de vrouw. ‘Het was die ander. Je weet wel, van die…’ En zo volgde er een enorme uitleg.
De mag reageerde: ‘Ik weet precies wie je bedoelt.’
‘Wie dan’, vroeg de vrouw.
‘Het ligt op het puntje van mijn tong’, zei de man. ‘Ik ken er alleen niet op komen.’
‘Ik had het er gisteren nog met Adrie over. Maar hoe heet-ie ook al weer?’
‘Het ligt op het puntje van me tong. Op het puntje.’
‘Die Indische voetballer. Die zo goed was in …’ En weer gooide de vrouw met allerlei hints.
‘Ja, ja. Precies’, bevestigde man. Iedereen wist over welke Indische het ging, maar: ‘Ik ken er niet op komen’, herhaalde de man. ‘Het ligt op het puntje van mijn tong.

Een kwartier lang werden de buren van deze Haagse on air-voetbalkantine geconfronteerd met de vraag hoe deze Indische voetballer heette. Niemand wist het antwoord, maar mijn achterbuurman wist het bijna. Het lag op het puntje van zijn tong blijf hij roepen door het vliegtuig. Toen de stewardess op een gegeven moment met de consumpties langskwam, nam het gesprek ineens een heel andere wending. ‘Wilt u misschien koffie of thee?’

‘Is de cappuccino een beetje te drinken’, vroeg de man.
De stewardess haalde haar schouders op: ‘Geen idee. Ik drink geen koffie.’
‘Geen koffie?’, zei de man verwonderd. ‘Ze drinkt geen koffie’, zei hij tegen zijn medereizigers.
De Haagse blondine bolderde verbaasd: ‘Geen koffie? Hoe kom jij dan de dag door? Ik ken niet wakker worden hoor zonder een bak sterke koffie. Je ken me opvegen als ik geen koffie ken drinken. Eerste wat ik doe als ik opsta is koffiezetten.’
‘Ik vind het niet zo lekker’, antwoordde de stewardess. ‘Ik drink liever thee. En als ik echt energie nodig heb, drink ik een glaasje cola.’
Er werd hard gelachen in de kantine.
‘Ik zou niet weten wat ik zonder koffie moet’, zei de blondine.
‘Sta nu al te trillen’, zei haar buurvrouw.
‘Doe me maar drie gewone koffie’, zei de man. ‘Het is nodig.’

En zelfs na het vertrek van de stewardessen werd er nog lang over de koffiebehoeftes van onze achterburen. Af het toe lukte het om de gesprekken naar de achtergrond te verdringen: met muziek of een goed boek van Judith Visser. Maar toen de landing van het vliegtuig werd ingezet en de piloot tot zijn bemanning sprak – ‘Cabin crew prepare for landing’ –  zaten we weer middenin de Haagse kantine.

Achter ons begon het gekakel in de kantine weer. ‘Kabin Kroe’, kakelde de man. ‘Kabin kroe’ Er werd gelachen. ‘Kabin kroe, prie per voor lending’

Kroe, kroe, kroe. Het enige dat we nog tot de landing hoorden was het ‘gekroe’ van onze achterburen. Diep van binnen wenste ik mij terug naar de zo gehate NS-trein, waar ik kon vluchten naar de stiltecoupé. Gelukkig was de landing snel daar en konden we de Haagse voetbalkantine ontvluchten. We waren bevrijd uit het vliegtuig! Eindelijk. De vakantie kon beginnen.


Plaats een reactie

Velden gemarkeerd met een * zijn verplicht