Europa en Azië in Istanbul

Geschreven door Chris op 16 juli 2011


ISTANBUL – De schrille kreten van de Islam waren deze nacht gemener dan anders. Het geluid dat de moskeeën verliet was anders dan we gewend waren, indringender. Alsof iemand met zijn nagels over een schoolbord ging, alsof iemand smaakvol op een droge handdoek zat te kauwen. Door merg en been ging het, het drong door tot je innerlijk gehoor totdat je de slaap niet meer kon vatten. Bijna angstaanjagend.

Pluizige wolken, lieve zachtroze schaapjes en grote uitgestrekte weiden met het groenste gras van de wereld. Diep was ik weggezakt in dromenland, maar droomde ik niet over. Daar droom ik immers nooit over. Elke droom van mij is altijd vrij gedetailleerd dus als ik over schapen had gedroomd dan wist ik dat nog wel. De wekker was gezet, dus ik wist wanneer ik op moest staan. We mochten absoluut niet te laat komen. De tour was immers het hoogtepunt van de vakantie. Geen schapen liepen er door de afwezige weide. Nou, ja misschien liepen ze er wel, maar ik droomde er niet over. HAAAAAA.

Een schrille pieptoon sleurde me uit mijn slaap. Ik schrok op en vloog naar mijn iPhone toe die ik in alle verwarring van het nachtkastje sloeg. Slaapdronken ging ik op zoek naar het het apparaat en stootte van alles om. Waar was ik in vredesnaam? “Chris? Wat doe je toch allemaal?” hoorde ik in de verte. De stem was herkenbaar, maar ik kon het niet plaatsen. Droomde ik nog? Ik deed het licht aan en raapte de iPhone op. Het beeldscherm was zwart. Geen wekker. Ik snapte er niets van. Het kostte nog een moment voor de bubbel knapte en ik besefte waar ik was. De moskeeën waren weer op volle toeren bezig en het was nog lang geen tijd om op te staan. Wat moet Maaike wel niet gedacht hebben?

De nacht was chaotisch en het ontbijt te vroeg. Het decor van de ontbijtzaal was veranderd. De plaatselijke bevolking had plaatsgemaakt voor klusters Chinezen en Koreanen. Het was een echte cultuurshock. We waren er vroeg bij omdat de tourbus ons om 8:15 zou ophalen. Dus veel ruimte voor uitgebreid ontbijten was er niet bij. De Aziaten gaven ons niet het gevoel buitenstaanders te zijn en dat was voor het eerst sinds onze reus en dat was best prettig.

Het begin van de tour
Het ontbijt van broodjes, ontbijtgranen en vruchtensappen, was nog niet goed en wel achter de kiezen of we namen plaats in de lobby. De bus zou met een kwartier komen. Lichtelijk gespannen zaten we te wachten. In theorie zou er nog van alles mis kunnen gaan. We hoopten er niet op, maar het kon wel. Een man kwam binnenlopen en liep naar de receptie. We veerden op. Nee, het was hem niet. De minuten tikten weg op onze horloges, maar er kwam niemand. Buiten leken er meer bussen te passeren dan anders. Die van ons moest toch ook gauw komen? Opnieuw kwam er iemand binnen. Zou dat hem zijn? Het koste maar een fractie van een seconde, het oogcontact vertelde mij dat we hem moesten hebben. We stonden op en liepen met hem mee naar de bus. De rolstoel ging in het ruim en wij namen plaats. Hoewel we niet de eersten waren, was de bus nog aardig leeg.

Het zou niet lang meer duren voor we op de boot zouden zitten. Nog een paar mensen ophalen en dat de Turkse wateren op. Varen over de kalmerende golven van de Bosporus terwijl de zon zijn uitwerking heeft op ons lichaam. Zalig. Maaike was ‘not amused’ toen ik wat foto’s wilde maken, omdat ze van mening was dat haar niet zat.  Ze wilde douchen, maar dat kon nu niet. It was a coupe she had to live with for the day. De motor begon te borrelen en de bus reed weg van het parkeervak voor ons hotel. Bosporus, here we come! Tenminste dat dachten we. Een van de vele misverstanden die op ons stonden te wachten.

Na een slingertoer door de grootste stad van Turkije werden we aan de rand van de weg, bij een restaurant, uit de bus gezet. We werden verzocht op de rest te wachten. Dit was slechts het verzamelpunt. De reisgidsen liepen heen en weer en het was niet duidelijk wat hierna zou volgen. Dus we deden wat ons was opgedragen: wachten. Uit verveling liep ik even naar de overkant van de weg en maakte enkele foto’s van de omgeving en het uitzicht over zee. Onze bus was niet meer de enige en de weg voor het hotel vulde zich met touringcars.

Alle nummers zes (dat waren wij) en nummers vier mochten in een grote witte bus op een kluitje zitten. Onze reisleider, een magere spanjool met een wollige staart en een wit bloesje, deed het woord terwijl de bus richting de Spice Market ging. Zij accentvolle Engels maakte hem soms vrij slecht verstaanbaar. Iets over de Egyptische Bazaar. Volgens mij was dat iets van vanmiddag. Die zat toch in Azië? We reden de stad door, langs moskeeën en grote bruggen. Aan de linkerkant passeerde we de Rolexwinkel die vroeger fungeerde als een vrouwengevangenis. Grappig hoe historische gebouwen tegenwoordig een totaal ander doel dienen. Die vrouwen hebben dus eigenlijk in een Rolexwinkel gevangen gezeten. Wat zal er over honderd jaar huizen in de Bijlmerbajes of in de plaatselijke schouwburg? We weten het niet, maar wat zou het bizar zijn als we dat wel zouden weten. En wie zit er straks in je eigen huis?

Spice Market
Voor de we bus uit mochten, kregen we nog wat instructies over de Spice Market en het trefpunt. Allemaal bla, bla, maar het moest wel even gezegd worden. Bla! De markt was echt een paradijs voor Maaike. Overal Turkish Delight en dat moest natuurlijk geproefd worden. Helaas niet voor mij, omdat overal noten in zaten. We mochten overal kijken, proeven en konden – als we dat wilden – naar hartenlust onderhandelen. Dat is zo niet voor mij weggelegd. Waarschijnlijk betaal ik uiteindelijk meer dan op het prijskaartje staat. We liepen rustig door de markt en Maaike naar van alle kanten zoetigheden aan. Een man kwam van rechts op ons af: “How can I get your money?” Eeehm… niet! En we liepen weer door met de lippen op elkaar geperst. Met moeite moest ik mijn lach onderdrukken.

Na een half uur hadden we het wel gezien en liepen we terug naar het trefpunt. In de straat zaten irritante puntige gootjes waar je eigenlijk niet fatsoenlijk overheen kon rijden. Dat leverde steeds weer een klap op. Later bleek dat je er zonder een lancering te riskeren er gewoon overheen kon rijden. Wisten wij veel. Naast ons bij het trefpunt zat de rode rakker, een Nederlandse vrouw met knetterrood haar en spuuglelijke sportschoenen. We hebben even met haar gepraat – ze was helemaal alleen in Istanbul – voor het gedonder begon.

Een Turkse verkoper kwam op ons afgelopen. In de ene hand hield hij een plastic tas vast en met de andere hand probeerde hij moeizaam een drietal geurtjes niet te laten vallen. Hij stond uiteindelijk voor Maaike en mij stil.

“Where are you from?”
“The Netherlands”, zei ik lichtelijk geïrriteerd. Hier had ik zo geen zin in.
De man Keek ons enigszins bevreemd aan. Volgens mij kwam het bericht niet helemaal binnen. “Holland!”
“Ah!” Het kwartje viel en hij liet ons zijn koopwaar zien. Verschillende geurtjes van Chanel tot J’adore passeerden de revue. “You wanna buy?”
“No, thank you.”
“Nice, for the lady.”
“No, thanks.”
De man wist van geen ophouden. “Very cheap.”
“No, no, haha.”
“You don’t know price, you don’t know price.”
“No. I don’t want to buy.”
“You don’t know price. It’s cheaper than Seaman.”
Naast mij zat iemand flink moeite te doen om haar lach in te houden. Cheaper than Seaman, waar haalde die man het vandaan?

De boottocht over de Bosporus
De illusie dat we de hele dag op de boot zouden zitten was met het bezoek aan de Spice Market al doodgeslagen. Waar hadden we dat idee toch vandaan gehaald? Het was toch niet voor niets de Bosporus Tour? Vreemd. Gelukkig reed de bus nu wel richting de boot en konden we genieten van de zon en de zee. Hoewel de organisatie van de tour expliciet had gezegd dat we niet mee mochten als we ons niet konden redden, werden Maaike en de rolstoel toch keurig aan boord geholpen. Hoezo niet hulpvaardig? Aan boord zaten we bij het hek aan de voorkant van de boot. We hadden dus goed zicht over de Bosporus. Helaas konden we daardoor het praatje van de spanjool niet horen.

Twintig minuten laten waren we van een ander misverstand verlost. Door het gebrekkig Engels van ons reisleider dachten we slechts 20 minuten op het water de varen, maar dat nog een uurtje langer te duren. En dat maakte ons niets uit, want we waren bevangen door het ultieme vakantie gevoel. De zon brandde heerlijk en het briesje van de zee maakte het perfect. Nooit meer wilde ik van de boot af. Die was genieten. Cocktailtje erbij. In dit geval dan een sterk bakkie Turkse thee. We kregen het aangeboden van een Amerikaanse Duitser aan boord, maar moesten uiteindelijk wel betalen. Hadden ze ook best mogen zeggen. Het was maar goed dat het ik geld bij me had.

Het Europafort was iets dat ik heel graag wilde zien in Istanbul. Ik had geen idee waar het was. Nergens in de reisgids was de locatie te traceren, dus deze boottocht was mijn enige hoop op het aanschouwen van het fort. Dus bij elke bocht en na elke brug hield ik mijn hart vast en mijn camera in de aanslag. Dit resulteerde in tientallen foto’s toen het eerste torentje in zicht kwam. Het was wellicht het enige dat ik van het bouwwerk zou zien en dan moest er gewoon een goede foto tussen zitten. Klik, klik, klik. De boot schreed voort over de golven, onder de brug door en het fort rees op tussen de groene heuvels van Istanbul. Wat was dat prachtig. Klik, klik, klik. Als ik nog een analoge camera had, dan had ik zeker een rolletje of twee volgeschoten.

Na de overweldigende aanblik van het Europafort stond de Amerikaans Duitse man – die Maaike ook aan boort had geholpen – al weer klaar haar van boord te helpen. Gedurende de reis was hij al meerdere malen te hulp geschoten. Zelfs op momenten dat het niet nodig was. Op een gegeven moment waren we bijna in staat zijn hulp af te staan op de momenten dat het echt nodig kan. De man bemoeide zich overal mee en wist altijd hoe het moest. Wie heeft hier nu bijna tien jaar rolstoelervaring? Maar goed, we hadden hem nodig om Maaike de boot af te krijgen, dus ik liet hem maar. Zou hij thuis ook zo irritant zijn? Hulpvaardigheid is fijn, maar er zijn grenzen. Foei.

Dolmabahçepaleis
In de bus kregen we een introductie over het Dolmabahçepaleis (Ataturk) en werd groep 4 afgezet. Voor hen was de tour voorbij. Voor ons stond er nog een half dagprogramma te wachten. Eerste het paleis en dan het moment waarop we dagen hebben gewacht. Voor het eerst in ons leven zouden we voet zetten in Azië. En dat was toch best bijzonder. Hoe zou Azië eruit zien? En wat zouden ze op de Egyptische Bazaar verkopen? De meeste mensen werden op Talamini Square afgezet en wij reden door naar het restaurant waar we onze lunch zouden nuttigen. Maar voor we daar aan mochten beginnen, wachtte ons nog een (on)aangename verrassing. We gingen naar een leerfabriek. Leer! Waarom in vredesnaam?

Achter grote posters van leermodellen zaten twee zware deuren verborgen. Achter de deur zat een trap, die naar een diepe donkere kelder leidde. Beneden stonden stoffen stoelen opgesteld rondom een klein podium, een catwalk. De deur werd gesloten en het licht was minimaal. Alleen het podium werd verlicht. Vanuit het niets klonk er onheilspellende muziek door de kelder en kwamen er vrouwen en een man volledig in leer gekleed het podium op. Wat was dit? Ik werd er een beetje onpasselijk van en voelde mij allerminst op mijn gemak. En daar ging een jasje uit. Eén van de werknemers kwam met een glaasje appelsap langs. Ik twijfelde heel erg of ik het moest opdrinken. Waar was ik in terecht gekomen?

Nadat de modellen het leer van alle kanten hadden getoond werd de muziek gestopt en werden we dieper de “fabriek” in geloosd. Mijn innerlijke stem zei: ga naar buiten, meteen! Maar volgzaam liep ik achter de meute aan, de trap op naar een bovenkamertje. Overal, maar dan werkelijk overal hingen leren jassen, rokken, broeken en andere kleding niet te zuinig. We werden omringt door gladde verkooppraatjes en bijna gedwongen iets te kopen. Ze keken je aan met een blik van: Als jij die strakke leren jas niet koopt, weet ik niet of je hier wel levend vandaan komt. De maffia van de Turkse leerindustrie. Ik keek Maaike dringend doch lief aan of we snel weer naar buiten konden. Omdat de rolstoel beneden stond, wilden we terug via de ingang, maar er werd vaag en moeilijk over gedaan. Ze wilde dat we via het kantoor het dakterras op gingen. Het was vaag en ik had er geen zin in. Eigenwijs dat we waren klommen we de kelder weer in en verlieten het gebouw weer via de ingang. Wat was ik blij om het daglicht weer te zien. Nooit meer, echt nooit meer wilde ik een voet in dat gebouw zetten. Wat een freakshow.

De lunch was in het restaurant naast de zogenaamde fabriek. De rode rakker die we eerder spraken was verdwenen. Zou ze achtergebleven zijn in de leerfabriek? Of hoorde ze bij groep vier? Tot op de dag van vandaag zijn we daar nog steeds niet achter. Wat zou er met haar gebeurd zijn? De lunch was vrij uitgebreid en was eerder een complete maaltijd dan een hongerstiller voor tussendoor. Het restaurant oogde als iets dat met gemak op Gran Canaria kon staan. De muur achter onze tafel was gevuld met wekpotten met vreemde substanties. Aan de tafel zat een vrouw met een boerka aan te eten. Het fascineerde ons. Hoe kun je überhaupt eten met ingepakt hoofd. De vrouw in kwestie keek schichtig om zich heen. Twijfelde even… lichtte haar sluier op en hop… daar ging een lepel onder het doek. Het gebeurde zo snel dat als je even knipperde met je ogen het moment alweer voorbij was. Hoe zou ze dat toch doen met soep?

De lunch was nog maar net achter de kiezen of we waren alweer op weg naar het paleis van meneer Ataturk. Dit was het eerste moment waar we geen gebruik konden maken van de faciliteiten van de tour. Het paleis was compleet en totaal rolstoelonvriendelijk. Hoezo commercieel en modern Europees gedeelte van Istanbul? De Duitser was nu ver te zoeken met zijn hulpvaardigheid. Dus namen we plaats op het terras terwijl de rest van de groep het paleis van binnen aanschouwde. Om de tijd te doden liepen we een rondje door de tuin en namen een kijkje in de gift shop. Helaas was de man die voor ons de deur opendeed niet zo vriendelijk en hulpvaardig. Na een ruim uur waren wel lekker ontspannen en konden we weer aansluiten bij de groep. De bus reed richting de laatste stop: Azië.

Een glimp van Azië
Een van de dames van ons reisbureau (Esther, Linda, Marsha, ik weet niet meer wie wie) had me verteld over de bordjes ‘Welcome to Asia’ en ‘Welcome to Europe’ en die moesten we goed op de foto zetten. Met de camera in de aanslag zaten we tegen het raam gedrukt. ‘Zie jij hem al?’ Klik, klik. En we waren in Azië en het bord was niet meer dan een gele vlek op het beeldschaam. Een beetje jammer. Gelukkig op de terugweg nog een kans. De binnenkomst in Azië was wel een enorme wake-up call. Het was misschien wel naïef te denken dat het direct over de grens Azië meteen op Azië zou lijken. Dit was gewoon nog precies hetzelfde als voor de grens. De bus bleef vrij aan de kunstlijn rijden en parkeerde vlakbij een etablissement met uitzicht over Istanbul. Zouden we niet meer naar de Egyptische Bazaar gaan?

Aan de voet van het restaurant lach een Japanse tuin met uitzicht over zee en het Europese gedeelte van de stad. Het was prachtig. Moeilijk klommen we over gevaarlijke treden in de tuin naar de overkant om er vervolgens achter te komen dat er ook een weg om de tuin heen liep. Zal je altijd zien. Uiteraard wilden we onze eerste stappen in Azië op beeld vastleggen, dus gaven we de camera aan twee guitige Duitse dames. Spijtig dat ze van foto’s maken weinig kaas hadden gegeten. Op de ene foto stonden nog andere mensen en over de andere foto zal ik niet eens spreken. Wat een creatieve mislukking. Na het kodakmoment hebben we nog wast gedronken en daarna kwam al een einde aan onze Aziatische ervaring. Dat was wel heel summier.

Terug naar het hotel
De bus bracht iedereen weer terug naar hun hotel of naar een punt vlakbij het hotel. Een man die veel van John Locke (zie: Lost) weg had vertelde waar iedereen eruit moest. Zijn Engels was nog beroerder dan dat van onze spanjool, dus het was een feest te ontcijferen wat hij bedoelde. Gelukkig werden wij recht voor het hotel gedropt, dus wij hadden het makkelijk. In het hotel wist Maaike niet hoe rap ze onder de douche moest springen. Weg met dat vette haar. Daarna heeft ze via Facetime nog even gekeuteld met haar ouders. Toch wel enig dat zoiets kan. Lang leve Wi-Fi.

Al vanaf de eerste dag waren we benieuwd naar het voedsel in het hotel en vandaag was de dag dat we het zouden proeven. Na een hele dag op stap, hadden we ook geen zin om nog een leuke tent te zoeken. We namen plaats op het dak en kozen beide voor de kipschnitzel. We werden bediend door niemand minder dan ‘lekker lekker’ – Mehmet – hemzelf. Hij bleef in de buurt van onze tafel en bood zeer goede service. Zijn baas zat met een paar jonge deerne aan de rechterkant van het dakterras. Zelfs van een afstand kon je zien dat de mannen zich goed vermaakten. Iets te goed als je het mij vraagt. Voor dessert lieten we ons verrassen door Mehmet, hij wilde ons een speciaal Turks dessert maken en dat deed hij. We kregen een bord vol Turkse zoetigheden, de meesten op basis van pistache. Enkele van de kleine snacks waren baklava. Maaike waarschuwde me voor de walnoten zie erin zaten, waar ik van baalde want ik wilde ook baklava proeven. Daarnaast vreesde ik voor de aanwezigheid van verkeerde noten en allergische reacties.

Met een kleine wenk stond Mehmet al aan onze tafel en ik vroeg hem vriendelijk in welke van deze lekkernijen noten zaten en welke noten dat waren. Met een vieze glimlachen en zijn avocado toontje zei hij ‘Pistache.’
“Only Pistache? “
“No. Also White Nut.” Hij wees naar een kleine lekkernij met een nootje erop.
Wat de fuck is in vredesnaam een white nut, dacht ik bij mezelf. Ik zucht zo diep van binnen dat hij het misschien wel gehoord had. Als laatste wilde ik nog even informeren over de aanwezigheid van noten in de baklava. “Are there nut in this one.” Ik wees naar de baklava.
“No.”
“No, Walnuts?”
“Yes, Walnuts.”, zei hij opgewekt.

Een lichte – zeg maar gerust flinke – irritatie borrelde in mij op. Hoe moeilijk was die vraag geweest? Noten? Nee! Walnoten? Ja! De logica ontgaat mij echt, of zoals mijn vader zou zeggen: bij mij gaat het licht uit. Sinds wanneer is de walnoot geen noot meer. Dat de pinda geen noot is weet ik, maar een walnoot. Het moet echt niet gekker worden. Stel ik was dodelijk allergisch geweest, had niet doorgevraagd omdat mijn intelligentie ergens in de baarmoeder is blijven hangen en Maaike niet bij me was, dan had ik dus mooi met een anafylactische shock in het zwembad gelegen. Had Mehmet dan geweten dat hij een ambulance moest bellen?

Eens in de zoveel tijd was de grote Celal Aga Konagi baas aanwezig en dat was tijdens ons verblijf ook het geval. Daarom liepen er ook een hoop rare snuiters rond in het hotel. Vooral een hoop jonge, schaars geklede dames. Je zou er bijna een harem van denken. Ook dat was de reden dat er een hoop Arabieren in het hotel waren. Eén ding kon hij er wel over zeggen: het is een luidruchtig volk. Maaike kon dat alleen maar beamen en dat deed ze ook vol overtuiging. In de loop van de avond klonken de schrille kreten weer uit de moskeeën, Maaike bedacht zich geen moment en belde haar moeder. Die moest het ook zeker een keer gehoord te hebben. Toen de stilte weer terugkeerde, vertrokken wij terug naar onze kamer. Mehmet volgde ons de lift in. Deze was net op gang of het licht viel uit. We stonden stil. Hadden wij weer. Gelukkig was het probleem snel verholpen en konden we naar onze kamer. Daar hebben we nog foto’s gemaakt voor het licht weer uit ging. Morgen de laatste volledige dag en een bezoek aan de Grand Bazaar stond op de planning.


1 reactie

Plaats een reactie

Velden gemarkeerd met een * zijn verplicht