De tweede locatie

Geschreven door Chris op 23 mei 2015


Snelheid hebben ze in Parijs niet uitgevonden. Ze weten het hooguit op bepaalde locaties in de praktijk te brengen. En laat me je vertellen: dat zijn nooit de juiste locaties. Op de een of andere manier hebben Parijzenaren een omgekeerde realiteitsbeleving. En dat hebben Niels en ik aan den lijve ondervonden.

Overal in Parijs tref je chaos. Is het niet op de Place de la Concorde – waar je steevast van je sokken wordt gereden – dan is het wel rondom de Arc de Triomphe. De Franse snelheidsduivels hebben maling aan het leven, het maakt niet uit wiens leven. Ze hebben het besturen van een auto naar een heel ander niveau getild en ik kan niet zeggen dat het er beter op geworden is. Het verbaast mij dat de stad niet bezaaid is met die typische auto-ongeluk-doodshuisjes.

Het mag ook een wonder heten dat mijn schoonmoeder nog onder de levenden is. Enkele jaren geleden liep zij namelijk nietsvermoedend – met gevaar voor eigen leven – door de grootste en gevaarlijkste verkeersblender van Parijs. Ze zeggen wel eens ‘je moet alles geprobeerd hebben in het leven’, maar in dit geval kun je toch beter naar Marc-Marie Huijbregts luisteren: ga nooit naar de tweede locatie. Het is daar namelijk nooit beter. Het klinkt misschien onbenullig, maar het is een waarheid als een koe. Maar als je verstand al op de tweede locatie zit, dan komt er van deze goede raad weinig terecht.

Niels en ik hadden een onverklaarbare hunkering naar olijven, verse olijven. Dus besloten wij – je raad het al – naar de tweede locatie te gaan. En uiteraard had onze geliefde cabaretier gelijk, want deze tweede locatie was geenszins beter dan de eerste. Onze aankomst op de versafdeling van een lokale supermarktketen ging gepaard met goede hoop. Bakken vol sappige olijven staarden ons gewillig aan. Groen, zwart, groot, klein; met kruiden, knoflook, kaas of naturel. Het was een waar paradijs voor de olijffetisjist. Hoezo is de tweede locatie niet beter dan de eerste? We zagen ons al smikkelend en smullend op de derde locatie zitten, op de trappen van de Grande Arche, met het (a)prille zonlicht op onze bleke gezichtjes.

Het besef dat Marc-Marie misschien toch gelijk had begon langzaam in te dalen toen ik de fantasie over de derde locatie al minstens veertig keer in mijn hoofd had afgespeeld. We waren de enige in de rij, maar geen van de drie medewerkers leek ook maar enigszins gemotiveerd aanstalten te maken ons te helpen. Het leven bewoog op een pijnlijke manier in slow motion. Alleen het drukke Franse taaltje kwam irritant snel mijn gehoorgang in geracet. Aandacht hadden de dames wel, maar niet voor die twee vrolijk knapen die stonden te kwijlen bij de olijven. Gulzigheid kwam ons duur te staan. Want niets wees erop dat we spoedig de tweede locatie konden verlaten.

Oogcontact zoeken had geen zin, wuiven en wenken nog minder. En zoals iedereen weet “verstaan” de stugge Fransozen geen woord Engels. Alle ingrediënten voor een langslepend proces waren aanwezig en het lot zag in ons een leuke uitdaging. En laat Lot nou net achter de toonbank staan. Het schouwspel was inmiddels toch klucht verworden. De koppige knullen wilde hun doel bereiken, maar de dames van de tweede locatie hadden er geen zin in. Ons bloed begon te koken, onze aderen te smeulen. Rook verliet onze poriën met de geur van sadistisch zwavel. Hoe veel waren die olijven ons eigenlijk waard?

Niet veel later verlieten we – breed grijnzend – de versafdeling. Uiteraard met een bakje verse olijven in onze handen, trots dat we het leed van de tweede locatie hadden overwonnen. Eindelijk konden we die vervloekte achenebbisj supermarkt verlaten en ons geluk beproeven op de derde locatie. Het zijn precies die momenten dat je een helikopterperspectief in je leven nodig hebt, dat je bewust wordt van het feit dat de ellende nog lang niet voorbij is. Want als je denkt dat het niet erger kan, dan heb je het mis. En wij? Wij hadden het goed mis.

Bij de kassa troffen wij traagheid van een heel ander kaliber. Elke kassière leek te handelen vanuit het motto: ‘het geld komt vanzelf, net als het einde van de dag. Ik wacht wel.’ De bliksemsnelle Jumbo-mentaliteit hadden ze in Frankrijk overduidelijk nog niet ontdekt. Vier in de rij? Je wacht maar op mij. En wachten hebben we gedaan. We hadden wel veertig bakjes olijven kunnen verstouwen voor we eindelijk aan de beurt waren. Maar dat lag niet alleen aan de trage tante achter de kassa.

Ver voor ons stond een gozer – student of armlastige uitkeringstrekker – die wederom voor vertraging zorgde. Waar hij met zijn kar vol boodschappen nog de indruk wekte welvarend te zijn, werd bij de kassa pijnlijk duidelijk dat hij op zwart zaad zat. In plaats van het hoognodige af te rekenen en met zo min mogelijk gezichtsverlies de winkel te verlaten, koos hij eigenwijs voor de meest ingewikkelde en frustrerende optie. Hij wilde namelijk zo veel mogelijk boodschappen meenemen. Het was ook allemaal zo broodnodig wat hij uitgezocht had. Als iemand de prijs wint voor goedkoop en effectief shoppen is hij het wel. Schoonheidsprijs erbij, peper in zijn reet en vort, vort, vort. Inmiddels stond ik op mijn tong te kauwen tot ik bloed proefde. Het uitzoeken van de boodschappen resulteerde in eindeloos gepuzzel en de juiste combinatie van spullen leek maar niet te komen. Als je bij de Jumbo had gestaan, waren er nu een hoop tevreden klanten naar huis gegaan. Maar daar stonden we niet.

Mijn lippen voelden droog, mijn hoofd duizelde en ik had het idee dat mijn wangen aan het roesten waren. De rij bij de kassa veranderde in een rap tempo in een reusachtige serpent die met zijn giftige tanden bij de kassa stond te happen naar boodschappen. Het terugboeken van de spullen klonk als een constante piep alsof iemand zojuist een hartstilstand had gekregen. Het duurde dan ook even voor ik weer in de realiteit was en niet kon geloven dat we het tot aan de andere kant van de kassa hadden gehaald. Eindelijk konden we de onheil van de tweede locatie achter ons laten.

Buiten lachte de zon ons toe en liepen we naar de Grande Arche. We bombardeerden de trappen tot onze nieuwe eerste locatie, genoten van de welverdiende olijven en besloten nooit meer naar de tweede locatie te gaan.


Plaats een reactie

Velden gemarkeerd met een * zijn verplicht