De porseleinen poedel [Afscheid]

Geschreven door Chris op 5 april 2013


Het was al een puinzooi toen we binnenkwamen. De groene vloerbedekking in de hal was verstop tussen tassen en dozen. De strijkplank en het keukentrapje stonden tegen de meterkast gedrapeerd. Mijn moeder en ik kwamen het huis binnenvallen alsof we net terugkwamen van een wereldreis. We zette de koffers, tassen en andere meuk in de gang en liepen door naar de woonkamer. Ik herkende het nog. Toch was dit niet echt meer het huis van mijn oma.

Het is alsof er een lekkere prooi in het huis van mijn oma verscholen ligt. Oudjes hebben er een neus voor. Als er een appartement vrij komt, gaan er overal deuren open in de bejaardenflat. Als aasgieren cirkelden de buren over de tweede verdieping. ‘Als we iets kunnen doen, laat het maar weten’, zeiden ze als ze langsliepen. Al was het alleen maar om te kijken of er nog wat weg te smokkelen viel. Mijn moeder en ik hielden de voordeur angstvallig gesloten.

‘Joehoe’, hoorden we aan de andere kant van het gebouw. De overbuurvrouw probeerde mijn moeders aandacht te trekken. Ik bad op alle bijbels uit het appartement van mijn oma – en dat zijn er veel – dat mijn moeder onvatbaar zou zijn.  Het mocht niet baten. De uitnodiging kwam, mijn moeder nam hem aan en om elf uur zouden we op koffievisite gaan. En dat terwijl er nog een hoop werk te doen was. Zondag moet de klus geklaard zijn.

De keuken werd mijn territorium. Alle kastjes en lades trok ik open. En overal waar ik keek, vond ik bewaarblikjes. Je kon het zo gek niet bedenken of mijn oma had er een bewaarblikje voor. De Ceylon thee zat in een zilveren, een verdwaalde Menthos in een gekleurde met bloemetjes en de crackers in een beschuitblik. Ze had ronde, vierkanten en ovalen. Ze had blikjes met olifanten erop, blikjes in de vorm van een picknickmand en blikjes met sluitingen. Nog geen half uur was ik bezig of de hele keukentafel was bezaaid met bewaarblikjes.

Al snel dwaalden mijn gedachten af. Alles wat ik tegen kwam, was een potentieel item voor mijn uitzet. Het was niet meer alsof ik in mijn oma’s keuken was. In mijn hoofd werkte ik mijn lijst af. Wijnglazen, die heb ik al. Theeglazen, ook al. Borden nog niet Zijn ze leuk genoeg voor de eerste maanden? Heb ik nog wat aan een paar bewaarblikjes? En welke wil ik dan? En welke zou mijn oma mee willen nemen?

Mijn oma is nog niet gaan hemelen – ze heeft in december een hartinfarct gehad en moet nu noodgedwongen naar een verzorgingstehuis. Ze moet dus een hoop achterlaten. Dan kunnen haar bezittingen beter in de familie blijven, dan bij de kringloopwinkel terecht komen. Toch voelde ik mij schuldig toen ik mij besefte dat ik aan het shoppen was in mijn oma’s huis. Ik voelde mij een uitbuiter, een profiteur. Niet veel beter dan al haar buren bij elkaar. Schaamteloos staarde ik naar de blikkenparade op de keukentafel.

Vele rare dingen ben ik tegengekomen in het huis van mijn grootouders. Ook toen mijn opa nog leefde. Maar vandaag stond ik echt versteld. Op de badkamervloer stond voor de douchecabine een por-se-leinen hond. Een poedel nota bene! Ik stond voor mijn gevoel wel tien minuten verdwaasd naar het gedrocht te kijken voor ik besefte wat het was. Het was namelijk niet zomaar een porseleinen poedel, het was – verrekt – een spaarpot. Wat moet je er in vredesnaam mee?

Dat vroeg ik mij ook al af toen mijn oma met trots haar nieuwe aanwinst presenteerde. Het had een prominente plek in de woonkamer verworven. Op een bijzettafel naast de bank lag een glazen handgeblazen passievrucht. Het overtrof in zijn gruwelijkheid bijna het porselein spaarkeffertje van mijn oma – als ze überhaupt al wist dat er munten in konden. Het is bijna net zo onbegrijpelijk dat ze zoiets koopt, als dat ze haar hele keuken heeft volgepropt met metalen spaarblikken. Oudjes houden er gekke verzamelingen op na. Daar ben ik wel achter.

‘Kom je mee?’ Ik schrok op uit mijn gedachten. Het was elf uur en we moesten bij een van de aasgieren op de koffie. Het was goed mijn gedachten even te verzetten, maar op deze manier was ook niet echt bevredigend. Ik zuchtte. Het moest maar. Hinkelend gingen we door de gang en konden we onze weg naar buiten vinden. Op naar de hebberigheid van de bejaardenflat.

We zaten nog niet koud op de bank of de vrouwtjesaasgier vertelde hoe het verhuizen bij haar moeder ging. Ze moesten zoveel spullen weg doen. Het enige dat ze nog had van haar lieve mama was een antieke tafel. Dat was dan toch wel weer fijn. Ze nipte aan haar kopje en plaatste het terug op het schoteltje. Ze keek mijn moeder aan. ‘Als uw moeder toevallig nog wat oude doeken over heeft…’ Ze pauzeerde even, nam een slok koffie en zette wederom beheerst haar kopje koffie op het schoteltje. ‘… Dan zou ik daar enorm mee geholpen zijn.’

Mijn moeder lachte. ‘Die handdoeken van haar zijn zo nieuw, daar kun je nog niet eens een kopje mee afdrogen. En theedoeken waren al helemaal nergens te bekennen. We vroegen ons al af hoe zij al die jaren de vaat heeft gedaan.’

De vrouw deed haar best haar teleurstelling te verbergen en lachte krampachtig. ‘Ik heb ook maar drie theedoeken.’ Ze perste er nog een lachje tussen. ‘Maar ik heb dan ook een vaatwasser.’Ik vloog over de tafel, greep haar bij de strot en trok haar over de tafel. ‘Mijn oma is nog niet de pijp uit en voorlopig gaat dat ook niet gebeuren. Lekker voor je dan. Als je zo graag een paar nieuwe theedoeken wilt, fiets je maar naar de Hema. Nog geen twee euro per stuk. Jij kan tenminste nog fietsen. Mijn oma niet meer! Dus loop niet zo te bedelen.

Vanaf de bank keek ik haar aan. Wat had ik haar graag over die tafel gesleurd. In plaats daarvan nam ik een slok van mijn koffie en zette de beker demonstratief op de tafel.
‘Uw moeder heeft ook zulke mooie spulletjes’, vervolgde de vrouw.
Daar gaan we weer dacht ik.
‘Als u van plan bent om die prachtige zijdebloemen weg te gooien, zou ik dat eeuwig zonde vinden. In dat geval zou ik ze wel willen hebben. Niet om het een of ander hoor. Maar weggooien dat is ook zo zonde.’
Gelukkig was mijn moeder heel ad rem en keek haar aan met een blik van ben-je-net-van-de-stoep-geflikkerd-en-met-je-kop-op-de-straat-gevallen-ofzo? ‘Weggooien, nou dat dacht ik niet.’ We dronken onze koffie op en vertrokken.

Het is raar dat je op een dag als vandaag alles met andere ogen bekijkt. Mijn oma heeft blijkbaar een voorliefde voor porseleinen poedels en houdt er een stiekeme bewaarblikjesfetisj op na. Het appartement voelt inmiddels niet meer als het thuis van mijn opa en oma. Het is leeg en tegelijkertijd heel rommelig. Mijn oma was een keurige dame. Alles wat ze nog heeft, staat uitgestald op de tafels en in de vensterbanken. Het is net een kringloopwinkel.

Maar als je dan een oude bijbel vindt met een foto erin, ben je weer direct bij opa en oma thuis. Dan besef ik me dat we beetje voor beetje hun leven – haar leven – aan het opruimen zijn. En dat we oma straks met het laatste beetje “eigen” moet achterlaten in het verzorgingshuis. Bijna negentig jaar leven huist er in haar woning en nog geen tien procent mag ze meenemen. Ik kan me onmogelijk voorstellen hoe moeilijk dat afscheid afgelopen week voor haar is geweest. Maar misschien heeft ze sinds het infarct al langzaamaan afscheid genomen van alles. Zelfs van de porseleinen poedel.


2 reacties

  1. Vandaag kennisgemaakt met deze blog, eerste indruk is indrukwekkend! Zeker nu dit jaar mijn eigen laatst levende oma is overleden raakt deze post ergens die kern die we allemaal in ons hebben, hoe verschillend we soms lijken.

  2. Super leuk geschreven Chris! Moest echt lachen om “de aasgieren”!

Plaats een reactie

Velden gemarkeerd met een * zijn verplicht