De begrafenis: het laatste afscheid

Geschreven door Chris op 17 mei 2013


Niet laten vallen. Absoluut niet laten vallen. Als je loslaat, ligt ze op straat. Dood. In de brandende zon. Dat is het enige waar ik aan kan denken terwijl mijn matig getrainde armspieren het voorste deel van de kist omhoog houden. Het zweet druppelt over mijn voorhoofd. Ik heb hier niet om gevraagd, maar ik kan geen kant op. Ik ben gevangen.

Stap voor stap loop ik met de kist en vijf anderen richting de lijkwagen. Het voelt zo respectloos mijn oma te bestempelen als lijk. De wagen is voor haar. Ergo ze is een lijk. Nee. Mijn geest weigert te geloven dat mijn dierbare oma gedegradeerd is tot de status van lijk. Ze is zelfs nu nog zoveel meer. Ze was een dame en ze blijft een dame. En daarom rijdt ze in mijn verbeelding vandaag met een koets naar haar eindbestemming.

Als de kist ligt en de deuren gesloten zijn, volgen we de chauffeur die mijn oma begeleid. We worden voorgeleid door een oud-collega van me. Met gratie en respect loopt Veronica voor ons tot de Monuta niet meer in zicht is. Het is bijzonder onderdeel te zijn van een begrafenisstoet. Iedereen toont respect, iedereen wacht. Achter in de auto leven we in een hele andere wereld. We stouwen ons schaamteloos vol met boterhammen en koekjes. Je zou maar flauwvallen in de kerk.

De begrafenis lijkt veel op die van mijn opa. Het is een bijzondere gedachte dat mijn oma dat heeft meegemaakt en het een mooie dag vond. In dat opzicht doen we zowel mijn opa als mijn oma eer aan. Het is prachtig weer buiten. De zon schijnt en de lucht is blauw. Net als mijn opa heeft ze mooi weer meegebracht. Het is een cadeautje dat het afscheid van mijn opa en mijn oma typeert.

De kerk
Als we aankomen bij de kerk zit niemand minder dan oma – niet te verwarren met … – in haar rolstoel op de parkeerplaats. Veel te vroeg natuurlijk. Alsof we een estafette lopen, wordt de kist van het ene punt naar het andere verplaatst. Deze keer krijgt oma een speciaal plekje in de kerk, zodat iedereen die dat wil afscheid kan nemen. Een smoezelig kamerscherm, een bijzettafeltje met haar foto en de bloemen moeten het kamertje een gemoedelijke en persoonlijke sfeer geven. Ik weiger de bloemen een rouwboeket te noemen. Als ik alleen al aan het woord denk, krijg ik braakneigingen. Blegh.

Rouwboeket. Echt alles is fout aan dat woord. Ten eerste impliceert het dat het boeket een heel ander soort bloemen bevat dan gewone bloemen. Waarschijnlijk geplukt in de rouwweide of het rouwbos. Ten tweede lijkt een rouwboeket ook nog eens emotie te hebben. Gewone bloemen gaan gewoon dood. Deze kunnen dan ook nog rouwen. Daar betaal je dan wel extra voor, maar dan heb je wel een echt authentiek rouwboeket. Ik word er in ieder geval niet vrolijk van. Daarom zal het ook wel een rouwboeket heten. Gegarandeerd niet vrolijk. Geef mij dan maar een gewoon bosje bloemen, want deze dag is al droevig zat.

Op dit soort dagen gaat het ook nooit zoals het hoort te gaan. We zijn namelijk nog niet binnen of mijn tante klampt haar zoon gestrest aan. ‘Die cake is voor na de dienst’, zegt ze met haar Duitse accent. Hij slikt een grote hap door en kijkt haar uitdrukkingsloos aan. ‘Er is toch genoeg?’ Hij propt de rest van de cake in zijn mond en loopt al kauwend weg. Mijn tante klampt inmiddels de vrijwilligers van de kerk aan en vraagt ze niets meer uit te delen. Zou ze bang zijn voor de gevreesde cake-snaaiers? Van die mensen die nadrukkelijk teleurstelt zijn als de catering op een begrafenis niet goed verzorgd is.

Langzaamaan druppelen de belangstellenden binnen: familie, vrienden, kennissen en andere betrokkenen. Mijn hart slaat even over als het evenbeeld van mijn oma aan komt lopen. Ik besef me nu pas hoe erg ze op haar zus lijkt. Haar gerimpelde gezicht is doordrenkt met verdriet. Het breekt mijn hart. Voor het eerst heb ik het gevoel dat ik in de nabijheid van iedereen in huilen kan uitbarsten. Ik vind het zo erg voor haar. Ze groet de mensen die ze tegenkomt. Ze pakt hun handen vast en buigt zich naar voren: ‘Ik ben Lien, de laatste’. Alsof een emmer vol verdriet over mij wordt uitgestort.

Afscheid
Als iedereen afscheid heeft genomen, sta ik met mijn ouders nog om de kist. Ik probeer mij oma zo goed mogelijk in mij op te nemen. Ze ligt er keurig bij. Aangekleed en opgemaakt als een echte dame. Precies zoals ze was. Nog steeds heb ik het gevoel dat ze ieder moment haar ogen open kan doen. Dood lijkt ze niet. Ik zou haar het liefst een knuffel willen geven, een afscheidskus voordat ze op reis gaat. Het voelt ongepast. Nog een blik werp ik op mijn oma. De allerlaatste. Dan zeg ik gedag en sluit de kist samen met mijn familie.

Voor dienst begint, dragen we oma de kerk in. De volgende ronde van de estafette. Van alle kanten voel ik me aangestaard en doe mijn best mijn emotie binnen te houden. Niet huilen. Ik neem rustig plaats op de gereserveerde stoelen en wacht tot de dominee haar verhaal doet. Haar toespraak wordt gevolgd door een psalmzang en een verhaal van mijn oom over het leven van mijn oma. Ik hoor dingen die ik nog nooit eerder gehoord heb. Het lijkt bijna alsof ik oma überhaupt nooit heb gekend. Wie is deze vrouw over wie hij spreekt?

Mijn hart vult zich met trots en bewondering als mijn moeder opstaat. Rustig – bijna bedachtzaam – loopt ze naar voren. Even laat ze een stilte vallen. Heel goed. Ze heeft de aandacht van iedereen. Mijn moeder houdt helemaal niet van spreken in het openbaar, ze vindt het verschrikkelijk zelfs. Dus hiervoor kan ik alleen maar bewondering hebben. Respect. Aandachtig wacht ik tot mijn moeder begint. ‘De heer is mijn herder…’. Wauw. Mijn moeder is een held. De dienst wordt afgesloten met een prachtig vioolspel van mijn neef.

De begraafplaats
De kist is nog niet koud de kerk uit of mijn blaas laat me al in de steek. De drang om naar de wc te rennen wordt met elke seconde groter. Plassen, ik moet plassen. Zo nodig. Laat het alsjeblieft voorbij gaan. Ik knijp mijn benen dicht elkaar aan. Ik wil niet plassen. Niet nu. Dat is ongepast. Zelfs die zeventien keer urineren op mijn eerste date met Brendan voelen niet meer zo gênant. Ineens zie ik mijn moeder uit de auto schieten. Plassen. Ik werp me ook uit de auto en volg haar. De opluchting is nabij.

Een hele last lichter en een auto rit verder komen we aan op de begraafplaats. Voor de laatste keer wordt de kist verplaatst. Rustend op een karretje verplaatsen we oma van de auto naar het graf waar opa ook ligt. De weg is hobbelig en met moeite lukt het me de kar op de juiste koers te houden. Heeft niemand eraan gedacht een fatsoenlijke weg aan te leggen? Dan is oma begonnen aan haar laatste reis en dan heeft ze ook nog last van turbulentie. Lekker is dat.

De deksteen is al gelicht en we mogen de kist te ruste leggen op de kabels boven het diepe gat. Ik voel gammel en ik wankel op mijn bene. Nog even zen ik donder zo het gat in, bovenop opa. Hoe diep zou hij liggen? Straks lig ik nog bij hem in de kist. Brr. Ik stap weg bij het graf en zie dat een hoop mensen zich verzameld hebben. De zon staat hoog aan de hemel. Wat een mooie dag om begraven te worden, oma. De dominee neemt voor het laatst het woord en neemt samen met iedereen afscheid van mijn oma. ‘Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.’ En dat was het dan.

Langzaam verdwijnt de kist in het diepe gat. Iedereen neemt afscheid en vertrekt tot alleen wij achterblijven. Samen met mijn familie loop ik naar het graf toe om een roos te leggen. Ik breek een blaadje van de steel af en stop het in mijn broekzak. Lieve oma, als u straks bij opa bent, heb ik ook nog een stukje bij me van wat u hebt meegenomen. Ik leg de roos bij het graf, kijk nog even naar de kist en loop bij het graf vandaan.

Het trefpunt
Tien jaar geleden is mijn opa begraven maar ik kan mij niet heugen dat ik mij zo leeg en verdrietig heb gevoeld. Hoe zou dat komen? Heb ik mijn oma de afgelopen tien jaar beter en bewuster leren kennen? Of laten dit soort gebeurtenissen op een 17-jarige veel minder indruk achter? Of zal het een combinatie van beide zijn? Samen met mijn familie verlaat ik de begraafplaats en vertrek richting de kerk.

We komen niet als eerste aan bij de kerk. Eerder als laatste. De cake en broodjes staan al op tafel en iedereen is druk aan het kletsen. Het is net een theeleutje. Knus en… Ik zou bijna durven zeggen dat het gezellig is. Ik hoor mensen lachen en zie blije gezichten. Voor ons is een condoleancehoekje ingericht, maar mijn moeder gooit meteen de boel om. ‘Dit wil ik niet’, zegt ze. ‘Ga maar lekker zitten waar je wilt.’

En zo kom ik de dag door: laverend door de zaal van tot ik iedereen gesproken heb, tot ze mij gesproken en gecondoleerd hebben. Het is net een grote familiereünie met een zwart randje erom. Ik ben benieuwd wat oma van deze dag vindt. Ik beeld me in dat ze samen met opa neerkijkt op haar kinderen en kleinkinderen. Ze knijpt hem zachtjes in de handen en glimlacht. ‘Nu begrijp ik het, Gerrit. Alles verloopt volgens plan. Het is goed zo.’ Mijn opa glimlacht en geeft haar een kus. ‘Ik heb je gemist, Bea.’

Vanavond zal ik met dodenherdenking even naar boven kijken en glimlach ik vriendelijk terug. Zorg goed voor elkaar.


Plaats een reactie

Velden gemarkeerd met een * zijn verplicht