Black out in Istanbul

Geschreven door Chris op 15 juli 2011


ISTANBUL – De herrie die schalde uit de duizend minaretten van Istanbul die nacht verbleekte bij het luidruchtige gedrag van enkele Arabieren in ons hotel. Kinderen renden over de gang en stampvoetten door het hele hotel. Bezeten door het ononderbroken gejengel van dit lawaaierige volk kon Maaike de slaap niet meer vatten. Het had weinig gescheeld of ze had aan de bel getrokken en het hotelpersoneel gewaarschuwd. Hoewel ik normaal gesproken een zeer lichte slaper ben, kon dit geluid mij niet deren. Het gekakel en geschreeuw, de luidkeelse conversaties en het gebonk: ik heb er allemaal goed doorheen geslapen. Hoe dat ooit heeft kunnen gebeuren…? Ik spreek van een wonder.

Net als de dagen ervoor ging ons gesprek richting de ontbijtzaal over het alom bekende fenomeen: de boerka. Dus ook vandaag ontbrak de discussie niet aan ons ochtendritueel. Onze fascinatie werd echter ook gegrepen door de gekleurde bundel veren die ons aankeek vanuit – een voor hem veel te kleine – kooi. De bont gekleurde Ara zat lekker te snoepen terwijl wij foto’s maakten. Na het ontbijt besloten we het Topkapi Paleis te bezoeken. Veel tijd was er niet, want we wilden voor het einde van de middag terug bij het hotel zijn. Als er namelijk tegen die tijd nog geen informatie was over de Europa & Azië tour, konden we nog genoeg en goed hard aan de bel trekken. Iets dat we de rest van de vakantie nog regelmatig hebben gedaan. Met name de laatste dag…

Een van de weinige garanties die we hadden op deze vakantie was het feit dat Maaike geregeld opmerkingen naar haar hoofd geslingerd kreeg. Ze waren niet vervelend, maar eerder vreemd en enigszins verontrustend. Op de route naar het Topkapi paleis – die vrijwel dezelfde was als naar de Blauwe Moskee – werd Maaike nageroepen toen we door een straat met marktkraampjes liepen. Hoorden we dat goed? Zei die jongeman dat werkelijk? Dat ging wel erg ver. Nee, dat bestond gewoon niet. Hoe verzint ie het? Lady Diana? Kom op zeg. Het leek er echter wel op. Vanaf deze dag kon Maaike “Lady Diana” toevoegend aan de lange lijst met toe roepingen die ze gekregen had.

Waar we voor de Blauwe Moskee en de Hagia Sofia eerder naar rechts moesten – naar het toeristenplein – moesten we vandaag links de heuvel af naar beneden. We passeerden tapijtwinkels en baklava verkopers. Beneden konden we twee kanten op. Links het weinig heuvelachtig pad op, of rechts de heuvel op. Tegen mijn intuïtieve waarschuwing in koos is voor de veilige en vlakke weg. Daar ging ik nog spijt van krijgen. Heel veel spijt. Voor ons lag een prachtig aangelegd park met hoge bomen, vijvers en fonteinen, kleurrijke bloemperken en mooie wandelpaden. Het was alsof we de stad Istanbul uitgestapt waren. Halverwege namen we een rustpauze en streken neer op een van de houten bankjes die langs het hoofdpad geplaats waren. Maaike pakte haar camera en we deden op hilarische wijze verslag van onze vakantie.

Aan het einde van het park ruiste de zee speels. Verder lopen was geen optie, want we kwamen immers voor het Topkapi paleis. Er lagen twee opties voor ons open. Een zware klim omhoog over duizenden kinderkopjes of een stevige wandeling terug door het park en aan de andere kant van het park diezelfde zware klim omhoog. Zo gek waren we natuurlijk niet en we besloten dit keer meteen de klim in te zetten, dan hadden we het ergste gehad voor vandaag. Met het zweet op mijn voorhoofd zette ik de stevige wandeling in. Stap voor stap duwde ik voorzichtig de rolstoel naar voren.

Na een aardig stuk was ik het zat en zette de rolstoel stil aan de kant van de weg. Maaike mocht een stuk zelf lopen. Ze stond op en zette de wandeling in, ik volgde haar met de rolstoel. Heerlijk. Dit was echt een stuk lekkerder. Halverwege de heuvel was een prachtig terras met uitzicht over Istanbul en de zee. Tientallen houten stoelen sierden het heuvelachtige terras dat ingebed was met prachtige bomen en struiken. Aan de rand van het terras was een balustrade gemaakt met uitzicht over een groot deel van Istanbul en je kon in de verte zelfs Azië zien liggen. Nog nooit heb ik zo’n pittoresk terras zien liggen. Het was gedoemd om onderworpen te worden aan de kunsten van Instagram.

Flink wat foto’s later genoten we van een fris glas cola aan een tafeltje aan de rand van het terras. Het was een prijzige verkoeling, maar de locatie maakte het meer dan goed. Als het aan mij lag hadden we de rest van de dag op die plek gezeten. Dat was pas genieten. Helaas tikte de tijd door en wilde de klim doorzetten. We hadden niet de hele dag de tijd. Maaike wilde nog een stuk verder lopen, maar de kinderkopjes waren met water besproeid en maakten ze spekglad. Dat we een stuk zouden gaan schaatsen was geen strak plan en we hadden ook geen idee of het paleis daadwerkelijk aan het eind van dit pad lag. Dus vroegen we een medewerker van het etablissement of we op de juiste weg waren.

Het antwoord van de man had als gevolg dat we de daling weer in zette. Het hele stuk voor niets gelopen. Het paleis was afgesloten aan deze kant en diende als militaire basis. Geen ruimte voor toeristen. Hobbelend denderde ik met de rolstoel naar beneden, we liepen in sneltreinvaart langs de bomen en bloemperken naar het begin van het park. In plaats van linksaf moesten we nu rechts de heuvel op. Het heen en weer gerace had behoorlijk wat energie gekost en ik had dringend behoefte aan eten. Na een broodje en wat repen voelde ik mij nog steeds flauw, maar besloot toch de klim in te zetten. Ik ga niet al die moeite doen om vervolgens niet naar boven te klimmen. Licht in het hoofd of niet – dan maar meer pauze – maar boven zou ik komen.

We waren nog niet goed onderweg of een bijdehandse Turk bemoeide zich met de manier waarop ik Maaike naar boven escorteerde. Brutaal knipte hij met zijn vingers en gebaarde driftig dat ik naar de stoep toe moest. Wat denkt die kerel wel niet. Ik weet toch zelf wel hoe ik een rolstoel moet duwen. Enigszins verbaasd door dit tafereel volgde ik zijn gebaren en verplaatste ons richting de stoep. Idioot die ik was. Dat had ik nooit moeten doen. Na de bocht trok ik het echt niet meer en nam een rustpauze bij het archeologisch museum. De flauwte was  nog niet uit mijn lijf dus ik liep me op een stoel zakken en nam een mueslireep en een paar slokken water. Maaike onderzocht intussen wat er in het museum te doen was.

De flauwte trok weg en ik voelde me gereed de volgende klim over de kinderkopjes te maken. Vrijwel horizontaal liep ik achter de rolstoel en duwde het de heuvel op. Het zweet stroomde op plekken waar ik nog nooit gezweet had. Ik weet niet wat erger was, dit of de Montmartre in Parijs. Stug liep ik door en dacht aan de helse klim naar de Sacré-Coeur. Oké, toegegeven, die was wel minder heftig. Al voelde ik mij toen prima en nu helemaal niet. Hobbel na hobbel vervolgde ik de weg naar boven. De weg was vrij ongelijk en ik moest goed uitkijken dat ik Maaike niet uit de stoel lanceerde zoals ik in New York al bijna had gedaan. En nog vele malen vaker in het verleden. Dat ze het überhaupt nog aandurft dat ik de rolstoel duw.

Op de top van de heuvel stond het idyllische Topkapi paleis. Vanachter de bloeiende bomen verschenen de twee torens met de poort in het midden. We keken even rond en besloten vervolgens naar binnen te gaan. Via de rolstoelingang en over enkele drempels drongen we het gebouw binnen, op zoek naar de kassa. Vlak voor de tuinen – waar de controleposten stonden – werden we tegengehouden. We moesten nog een kaartje kopen. Dat kwam mooi uit. Mevrouw wijst u ons maar de weg… Niet veel later stonden we weer buiten. Aan de linkerkant – genesteld in een grote stenen muur – huisden ogenschijnlijk de kassa’s. Verborgen achter hordes mensen konden we af en toe een glimp opvangen van een caissière.

Zoekend naar de entreeprijs van het paleis liep ik om en door de menigte. We waren niet van plan een uur in de rij te staan als de toegang een vermogen koste. Zo zuinig waren we dan ook wel weer. Nederlanders. Bijna stond ik op het punt terug te gaan toen het idee kwam om naar de prijzen te informeren in de museumshop. Achterlijk duur. Dus we besloten even de sfeer op te snuiven in een van de boeken en de afdaling in te zetten. We sloegen een willekeurig boeken open en waren er meteen klaar mee. Dit was niet iets wat ons zou kunnen boeien. Dat was meteen het moment waarop we besloten definitief naar  het archeologisch museum te gaan.

Aangezien er een rolstoelingang was, leek het erop dat het museum rolstoeltoegankelijk was. Kwamen wij even thuis van een koude kermis. Tjonge. De straatstenen van het plein waaraan het museum lag, waren nog erger dan de vele kinderkopjes die we getrotseerd hadden. En het allerergste was dat de ingang van het museum zich bevond aan het einde van een immense stenen trap. Een dergelijke die je alleen vindt bij oude Romeinse gebouwen. Totaal rolstoelonvriendelijk dus. Ondanks de onbereikbare ingang was ik ervan overtuigd dat we ook op een andere manier naar binnen konden. Dus ik ging op zoek naar personeel dat ik uiteindelijk bij de Wc’s trof. Ik was weer helemaal terug in de Starbucks. De man snapte totaal niet wat ik bedoelde toen ik hem beleefd in het Engels vroeg hoe ik met een rolstoel het museum in kon komen. Hij begreep er zo weinig van dat hij er iemand bij haalde. Na veel handen- en voetenwerk gebaarde hij mij mee te lopen. In een haastig drafje liep ik achter hem aan. Hij riep een paar Turkse woorden die ik niet begreep, maar het was duidelijk dat hij op zoek naar een collega was. Iemand die ons verder kon helpen.

Uiteindelijk was er hulp gevonden. Een derde man vertelde ons dat er het gebouw rechts van ons niet in konden. Dat was niet toegankelijk voor de rolstoel. Daar waren we dan mooi klaar mee. De tickets waren al gekocht en dan konden we niet eens naar binnen. Nou, zeg. Gelukkig was het wel mogelijk om het hoofdmuseum binnen te komen en daar ging het ons eigenlijk om. Lijken en restanten van het oude Egypte… daar kwamen we voor. Rechts van de trap, verstopt achter een muur, bleek zich een schuinen oploop te bevinden. Daar waren we echt al drie keer voorbij gelopen. Het schuine pad naar de zijingang bestond uit grote gaten, paaltjes en grove keien. Het ideale recept voor een rolstoelgrebruiker alleen. Gelukkig was de afstand niet zo hoog want veilig was anders.

De binnenkant van het museum had meer weg van een gebouw dat je in Rome of New York treft, dan echte Turkse cultuur. Alles zag het vrij modern uit en het interieur was behoorlijk chique aangekleed. De muren waren van marmer en op de vloer lag een koninklijk rood tapijt. We waren onder de indruk. Allereerst namen we de gehele begane grond in ons op. In een van de vele kamers lag een lijk met uitgedroogde organen in een vitrine. Wie het was weet ik niet meer, maar het trok in ieder geval veel bekijks. Daarnaast stonden er veel sarcofagen opgesteld. Door de slechte belichting was het onmogelijk deze goed op beeld te vatten. In de vloer van het museum lagen ook veel skeletten. Het was net alsof we onderdeel uit maakten van de tv-serie Bones. Aangezien ze overal en nergens verstopt waren, zorgde het af en toe voor een onaangename verrassing.

Met een vies, klein, krakkemikkig liftje bezochten we de andere verdiepingen die overduidelijk minder indrukwekkend waren dan de begane grond. Dus daar vlogen we met een aardig tempo doorheen. De collectie deed zwaar onder voor wat we beneden gezien hadden. Jammer. Op weg naar de uitgang kwamen we nog een statig beeld tegen dat Maaike erg op haar buurjongen vond lijken. En voorspelbaar dat we zijn moest dat beeld uiteraard op de foto. Via de hobbelige weg liepen we weer terug naar het begin. Over grote keien en het plein waar men druk bezig was met de voorbereidingen voor een groot feest. Overal stond apparatuur en glaswerk.

Halverwege de afdaling zag ik een ontzettend schattig klein katje op straat lopen. Het was zo’n lief klein ding. Mijn verstand riep dat ik het beest met rust moest laten. Niet vanwege mijn allergie, maar je weet nooit wat het bij zich draagt. Rabiës, rabiës, rabiës. Maar omdat mijn schoonzus zo gek van katjes is, wilde ik toch een mooie foto maken. Dus ik achter het beestje aan. Verscholen onder een houten hok kon ik het amper zien, maar ik probeerde toch een foto te maken. Op dat moment werd ik door een militair op mijn gedrag aangesproken. Blijkbaar was dat houten hokje van de Turkse landmacht en foto’s maken stelde hij niet zo op prijs. Gelukkig had de man snel in de gaten dat het mij om het katje te doen was. Kort daarna waren we weer onderweg naar het hotel. Halverwege genoten we nog even van een ijsje en daarna was het echt tijd te informeren naar de Europa & Azië tour over de Bosporus.

Ondanks dat Celal Aga Konagi een fantastisch hotel is, is communiceren met toeristen niet een van hun sterkste punten. We wilde weten of er al informatie was over de tour die we morgen zouden maken. Tour! Tomorrow. Bosporus. Bus. What time? Is there any information? De receptionist begreep ons in eerste instantie niet en wij hem ook niet, maar naar veel gebaren bleek dat ze geen idee van de tour hadden. Zucht. Ze beloofde ons te bellen, dus we verplaatsen ons naar de hotelkamer. Na een flinke tijd wachten was de telefoon nog niet gegaan. Zucht. Dat werd dus OAD Reizen bellen. Dubbel zucht. Al gauw hadden we contact met de helpdesk en ze zouden informeren bij het Turkse agentschap waar ze mee samen werkten. Niet veel later werd ik teruggebeld en de informatie zou opnieuw gefaxt worden. Het was dagen geleden al afgeleverd bij het hotel, maar blijkbaar wisten ze niet dat het deze informatie was. Hoezo blond. Maar gelukkig, na veel gedoe was het voor elkaar en wisten we dat de tour door ging.

We waren moe en verlangde naar ontspanning, dus zochten we verkoeling bij het zwembad. Eerst moesten we een paar zonaanbidders vragen te verkassen zodat we naast elkaar konden liggen. Daarmee lagen we onbedoeld ineens naast een van de Nederlanders – de moeder – die we op de eerste dag bij het visrestaurant zagen. Bingo. Die zaten dus ook in ons hotel.

‘Zaten jullie woensdag ook niet in het visrestaurant?’

En met die vraag was het ijs gebroken. We raakten aan de klets en het werd al snel duidelijk dat zij een stuk minder te spreken waren over het etablissement aan zee. Ze voelden zich opgelicht. Anders dan wij hadden zij wel een vis van de kar genomen en daarvoor moesten ze diep in de buidel tasten. Meer dan 150 euro waren ze kwijt en dat voor een stinkende vis. Dat was wel wat anders dan onze – ongerekend – +/- 25 euro. Een ervaring die zij niet meer wilde meemaken. Maaike en ik konden ons er totaal niet in vinden. Wij hadden juist een briljante ervaring gehad en zouden er zeker nog eens willen eten. Wat was dat uitzicht prachtig. Bijna net zo mooi als vanaf het terras waar we die middag gezeten hadden.

Een van de vaste gasten – rugspiertje – was ook weer van de partij. Hoe intrigerend kan een bewegende rugspier tijdens een telefoongesprek zijn? Net als de vorig dag trokken we een paar baantjes en lieten we ons opdrogen door de warme zon. Dit was pas vakantie. Voor het eerst sinds we samen op vakantie gaan hebben we zo onze rustmomenten gepakt. En ik moet zeggen, dat gaan we vaker doen. Zeker volgend jaar met al die natuurbaden en modderpoelen. Kijk er nu al naar uit. Enig. En daarbij komt, niets is zo enig als mensen kijken en beoordelen (lees: veroordelen) in het zwembad. En er was wat te veroordelen. Niet te zuinig. Hoe sommige mensen er bij lopen. Dat is haast met geen pen te beschrijven. Ongelooflijk.

Na het douchen besloten we niet te ver van het hotel een hapje te eten. Na flinke wandeltochten is het ook wel eens prettig in je eigen buurt te blijven. Dus, het restaurant waar we plaatsnamen was meteen om de hoek. Schuin achter Maaike zaten twee jongens iets te gezellig met elkaar te eten. En naast ons zat een stelletje dat eigenlijk niet opviel, maar… Ineens schoot er wat over de weg. Zagen we dat nou goed? Hier midden in de stad, tussen het drukke verkeer? Hoppend over straat kwam een reusachtig konijn. Van achter mij kwam een auto aan gescheurd. ‘O, nee!’, riep Maaike terwijl ze de gebeurtenis filmde. Gelukkig ging het goed en mankeerde het beest niets. Een van de obers van het restaurant pakte het dier op en hield het bij zich. Hij vertelde dat het beest eigendom was van het restaurant was en dat hij onlangs erg ziek was geweest. In een reflex bewogen we ons zo ver mogelijk van het konijn vandaag zover de stoel waarop we zaten het ons toeliet. Dat best komt zo niet bij ons in de buurt.

De twee mannen achter Maaike hadden niet zoveel moeite met het zieke beest en haalden hem constant aan en maakten er foto’s van. Ik vraag me af of ze nog iets hebben opgelopen. Zeker in de buurt van voedsel lijkt me dat niet echt een slimme zet. Ach, zolang wij er maar geen last van hebben. Ook in dit restaurant hadden ze weer een breed assortiment aan rare vissen, maar we besloten beide veilig voor een pizza te gaan. Hoewel de pizza niet heel groot was, vulde hij goed en smaakte voortreffelijk. Na het eten liepen we nog even in de buurt rond en het zag er best levendig uit. Tenslotte deden we nog wat boodschappen en namen weer plaats op het dak. Ons plekje was bezet, zaten we aan een tafeltje aan de rand van het zwembad. Wachtend op de klanken van de moskeeën genoten we van een glaasje fris.

Het einde van de intimiderend kreten was voor ons het sein om weer terug te keren naar onze hotelkamer. We waren nog niet goed en wel binnen of onze hotelkamer hulde zich in een zwarte oneindigheid. Van het een op andere moment zagen we niets meer. Pikzwart was alles. Met de flitser van mijn mobiel onderzocht ik of het pasje wel goed in de lezer zat, maar daar was niets mee. Ik liet de gang op en ook daar was het donker. Dit schoot niet op. Als het zo donker was, konden we beter maar gelijk gaan slapen. Al moesten we nog zoveel doen en ik wilde mijn verslag nog uitschrijven. Anders kan ik deze briljante belevenissen niet met de buitenwereld delen. Verschrikkelijk toch? Bijna op handen en voeten wist ik mijn weg terug te vinden. Gelukkig duurde de storing relatief gezien niet zo lang en konden we voor onze slaap toch de dingetjes doen die we wilden doen. Al was dat wel de tweede faal van Celal Aga Konagi van deze dag.


Plaats een reactie

Velden gemarkeerd met een * zijn verplicht