De allerlaatste knuffel

Geschreven door Chris op 6 mei 2013


Huilen. Dat wilde ik. Tranen met tuiten. De waterlanders stromend over mijn wangen van verdriet. Een bijna theatrale blik die bij mijn emotie hoorde. In tegenstelling tot het verdriet die ik behoorde te voelen – althans dat vond ik – was ik kalm. Het was stil in mij. Doodstil.

Daar lag ik dan. Met mijn bovenlijf ongemakkelijke op het ziekenhuisbed, in de armen van mijn oma. Een knuffel heeft voor mij nog nooit zo intens en zo dichtbij gevoeld. Er ging van alles door mijn hoofd. Ik wilde wat tegen haar zeggen, maar ik wist niet wat. Mijn altijd zo drukke hoofd – waar het altijd spitsuur is – gaf mij de woorden niet. Ik voelde mij schuldig. Hoe kon ik oma zo in de steek laten op dit belangrijke moment? Hierna zou ik nooit meer iets tegen haar kunnen zeggen. Hooguit bidden en hopen dat het aankomt.

Mijn ogen waren gesloten en ik hield haar stevig vast. Ik nam de geur van mijn oma goed in mij op en probeerde dit gevoel voor eeuwig in mijn brein te griffen. De allerlaatste knuffel met mijn oma. Hierna is er gewoon niets meer. Dan kan ik alleen nog maar terugdenken naar dit moment en al die knuffels die ze me gegeven heeft. Dit was de allerlaatste en ik ga ze zo ontzettend missen.

De pijnlijke knoop was nog geen half uur eerder doorgehakt. De kleinkinderen waren als kleuters op de gang gezet. Ik voelde mij buitengesloten. Als een kind met straf. Daar stonden we dan wachtend op het lot dat zich voltrok aan de andere kant van de deur. Geen grip meer op het leven. Nieuwsgierig dat ik was, legde ik mijn oor te luister op de deur. Niets. De grotemensenwereld fluisterde op tonen die mij niet bereiken konden. Maar toen de grimas van de naar buiten tredende doctoren zag, wist ik genoeg.

Denken deed pijn. Knuffelen deed pijn. Maar ik mocht niet loslaten. Vooral niet loslaten. Als ik loslaat dan is het voorbij. Dat dacht ik terwijl mijn schouder zeurde van de pijn. Ik lag in een onmogelijke houding, maar ik wilde niet loslaten. Nog steeds was ik kalm van binnen. Op bepaalde ogenblikken was ik meer bezig met mijn fysieke pijn, dan met het afscheid. Misschien ook omdat ik stiekem nog geloofde dat we de komende dagen nog wel samen zouden zijn. Dat er nog best wat tijd zou zijn. Morgen zou ik gewoon weer over haar waken.

Maar morgen kwam niet meer. In ieder geval niet voor ons. Haar kinderen hebben die nacht over haar gewaakt. Koninginnedag was er een om nooit meer te vergeten. Mijn moeder en mijn tante keken de troonswisseling en vertelde oma over de prachtige jurken en hoeden. Dat vond ze altijd zo mooi. Het was even gezellig. Alsof er niks aan de hand was. Een gewone dinsdagmiddag. Er werd gelachen en gepraat. Zelfs mijn oma deed mee en sprak op dat moment haar laatste woorden tegen mijn moeder: grapjas.

De koffers stonden klaar voor de nieuwe reis. In volkomen rust wachtte oma op wat er komen ging. Ze zei niets meer, ze had zich overgegeven. Klaar voor een nieuw avontuur. Mijn vader en mijn oom hadden de laatste wacht. Ze was rustig. De aflossing kwam laat, later dan verwacht. Toen mijn moeder eindelijk binnenkwam, vertrok mijn vader. Nog maar net bij het bed, zag ze het blauwe oor en keek haar moeder aan. Dit was niet goed. “Kom terug, riep ze.”

Mijn vader en oom snelden de kamer in. Mijn oma opende haar ogen. Kort. Om even te spieken. Gelukkig, ze waren er allemaal. Iedereen was gekomen. Volgens mij was ze tevreden. Nog vijf keer stokte haar adem en toen was ze vertrokken. Ik hoop dat ze heeft mogen genieten van alles dat haar gegund is. Dat ze een mooi leven heeft gehad. Met en zonder mijn opa. Ze is haar leven op handen gedragen en met die liefde vertrokken.

Rust zacht lieve oma.


Plaats een reactie

Velden gemarkeerd met een * zijn verplicht